Verschillende regeringen hebben ingezet op de ontwikkeling van Nederland als kennisland. Toch lijkt het alsof we steeds verder afdrijven van dit doel, zoals recentelijk nog geïllustreerd door het dreigende vertrek van MSD uit Oss en door het langzaam afzakken van ons land op de betreffende ranglijsten.
De vraag is hoe het kan dat we ondanks alle beloofde inspanningen toch zo weinig hebben bereikt.
De huidige bezuinigingen van het kabinet helpen het onderwijs ook niet erg. Marktwerking kan hierbij helpen, vooral in het hoger onderwijs. Veel scholieren en studenten laten zich op kosten van de samenleving opleiden tot functies die potentieel tot hoge verdiensten leiden. Een terechte vraag is waarom deze kosten niet veel meer bij degenen terecht komen die er het meeste van profiteren.
Fondsen
In principe geven ruimere studiebeurzen gekoppeld aan studieprestaties studenten meer tijd voor hun studie. Om dit te betalen kunnen deze beurzen worden betaald uit fondsen die gevoed worden uit de inkomsten die studenten in hun latere carrières verdienen.
Neem bijvoorbeeld een gemiddelde student die 5 jaar studeert, en een kostendekkend collegegeld betaalt en tevens een ruime toelage om zonder bijbaantjes te kunnen studeren. Dat kost al gauw zo’n 20.000 à 30.000 Euro per jaar. Na vijf jaar is dat bedrag al gauw opgelopen tot meer dan 100.000 Euro.
Als een student dat bedrag zelf zou moeten betalen, dan dat na het verkrijgen van een goede baan die zeg meer dan 20.000 Euro extra oplevert in 5 jaar terugverdiend kunnen worden. Het extra salaris dat daarna verdiend wordt, is zuivere winst.
Belasting
Dit bedrag kan gemakkelijk gefinancierd worden als afgestudeerden na afloop van hun studie voor een periode van bijvoorbeeld 10 jaar, 5 procent van hun inkomen via de belasting afdragen aan een speciaal fonds dat de studie heeft gefinancierd.
Het zou enorm helpen als dit fonds niet alleen door de overheid maar ook door private investeerders wordt gefinancierd. Een dergelijk fonds kan dan ook winst maken die tussen de overheid en de investeerders wordt verdeeld.
De overheid kan haar deel van de winst weer investeren in bijvoorbeeld onderzoek. Voor de private investeerders is de winst een beloning voor het risico van het ter beschikking stellen van het kapitaal.
De exacte vormgeving van zo’n fonds dient goed doordacht worden, bevat uiteraard prestatienormen en is bij voorkeur beursgenoteerd. Op deze wijze krijgen beleggers er een mooie investment opportunity bij, de overheid kan een bezuiniging realiseren, en de student kan zich serieus aan zijn studie wijden zonder een bijbaan te hoeven nemen.
Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.