De total expense ratio is één van de meest gebruikte maatstaven om de kosten van het beheer van beleggingsfondsen te meten. Deze maatstaf is gebaseerd op direct door het fonds betaalde kosten.
Op basis van deze maatstaf bedragen de kosten van een beleggingsfonds gemiddeld ruim 1 procent per jaar. Van verschillende kanten is er op gewezen dat er ook nog indirecte kosten zijn.
Deze indirecte kosten ontstaan als gevolg van aan- en verkopen van effecten door het fonds, zoals het verschil tussen de bied- en laatkoers en de marktimpact van de transactie. Deze kosten zijn over het algemeen moeilijk te meten.
Recent onderzoek
Een recent onderzoek van Edelen, Evans en Kadlec van dit jaar slaagt er toch in om deze deze indirecte kosten op een behoorlijke manier in kaart te brengen.
In een steekproef van Amerikaanse beleggingsfondsen vinden ze dat deze indirecte kosten gemiddeld ongeveer 1,4 procent bedragen terwijl de total expense ratio gemiddeld zo’n 1,1 procent bedraagt. In totaal komen de kosten voor het beheer dus op ongeveer 2,5 procent per jaar.
Enorme impact
De impact van dergelijke kosten op het eindvermogen is enorm. Ter vergelijking: je kunt ook beleggen in een passief beheerde ETF met een lage total expense ratio, en lage market impact kosten.
Met een passief beheerde ETF kan het vermogen over een periode van 40 jaar gemakkelijk twee maal zo hoog uitvallen. Voor iemand die belegt voor zijn pensioen, betekent dat dus een halvering van het toekomstig pensioen.
Het onderzoek van Edelen, Evans en Kadlec bevat ook belangrijke lessen voor de beheerders van actieve fondsen. Eén van hun verrassende conclusies is dat verschillen in indirecte kosten tussen fondsen onderling erg groot zijn, zelfs voor fondsen in een vergelijkbaar marktsegment.
Relatief grote actieve fondsen
Vooral actieve beleggingsfondsen die relatief groot zijn en frequent handelen krijgen te maken met hoge indirecte kosten.
Dit is op zich geen verwonderlijk resultaat. Een grote en bekende belegger die handelt op basis van superieure kennis beïnvloed de prijs. Het volume van de te verrichten transactie gaat waarschijnlijk de liquiditeit van de markt te boven.
Als gevolg daarvan zullen handelaren de bied- en laatspread vergroten. Daarnaast zal het langer duren voordat de transactie voltooid kan worden, waarmee tevens het risico ontstaat dat andere partijen kennis nemen van de acties van de grote en bekende belegger en meeprofiteren van de superieure kennis.
Actieve beleggers met een grote portefeuille zijn derhalve niet gebaat bij een hoge omzetsnelheid.
Referentie:
Roger Edelen, Richard Evans, and Gregory Kadlec, 2013, ‘Shedding Light on “Invisible” Costs: Trading Costs and Mutual Fund Performance’, Financial Analysts Journal, Vol. 69, No. 1, pp. 33-44.
Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.