plantinga.jpg

De sanering van de overheidsfinanciën begint langzamerhand door te dringen tot de individuele burger. Vele regelingen worden versoberd, en risico’s komen steeds meer bij de burgers te liggen. We worden steeds meer geconfronteerd met onverwachte uitgaven.

Dit maakt dat we steeds meer afhankelijk zijn van de kwaliteit van onze eigen financiële planning. We komen sneller in moeilijkheden als we een maximale hypotheek hebben en verder geen spaargeld.Veel risico’s kun je verzekeren, maar voornamelijk de kleine risico’s zijn vaak relatief duur.

De beste en de goedkoopste verzekering die je kunt hebben, is een spaarpot voor onvoorziene omstandigheden.

Nodige ongelukken
De treurige eenvoud van deze wijsheid staat in schril contract tot grote aantallen mensen die in de problemen komen bij een tegenslag en bijzondere bijstand moeten aanvragen of aankloppen bij een gemeentelijke kredietbank. Ook in de hogere inkomens gebeuren de nodige ongelukken.

Het zou wat dat betreft mooi zijn als de overheid naast deze bezuinigingen het aflossen en sparen meer gaat aanmoedigen. Als vuistregel zou je kunnen stellen dat een individu of een huishouden ruwweg 12 maandsalarissen als risico-buffer op een spaarrekening zou moeten hebben staan om zich in te dekken tegen tegenvallers, zoals onverhoopte werkeloosheid, ziektekosten, vervanging van auto, et cetera.

De nieuwe vitaliteitsregeling, die in plaats komt van de levensloopregeling en de spaarloonregeling, biedt hier een mooie oplossing.

Men kan hierin sparen tot een bedrag van 20.000 euro, en dit bedrag kan vrijelijk worden opgenomen. Het grote voordeel van de vitaliteitsregeling is dat de vrijstelling van de vermogensrendementsheffing effectief wordt opgetrokken.

Te flexibel
Een bezwaar is dat deze regeling wel te flexibel is. We kunnen immers vrij opnemen van deze rekening. Het grote probleem met sparen is dat we als consument regelmatig in de verleiding staan tot het doen van uitgaven waardoor we teveel interen op ons risico-buffer, of waar we zelfs voor gaan lenen.

Een gebrek aan zelfdiscipline op het gebied van sparen is een groot probleem. Een saldo van 20.000 euro op de vitaliteitsrekening biedt al snel uitkomst bij de aanschaf van een veel te dure auto of het boeken van een te dure vakantie. Daarom zouden de mogelijkheden om op te nemen van de vitaliteitsregeling beperkt moeten worden.

Zonder zo’n beperking zou de vitaliteitsregeling net zo goed afgeschaft kunnen worden in ruil voor een verhoging van de vrijstelling voor de vermogensrendementsheffing.

Om bureaucratie te voorkomen zou de opname beperkt kunnen worden tot een vast bedrag van bijvoorbeeld 1.000 euro per maand. Daarnaast is het maximale spaarsaldo van 20.000 euro veel te laag.

Dit moet minstens opgetrokken worden tot een bedrag van rond de 40.000 euro, zodat ook mensen met een modaal inkomen een voldoende grote risico-buffer kunnen aanleggen.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.

 

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No