bruno_de_haas.jpg

Volkskrant-columnist Rens van Tilburg gebruikte onlangs de ideeën van Thomas Piketty voor een verklaring van de eurocrisis. “Een schuldencrisis is in essentie een verdelingskwestie”, stelde hij, “omdat nu eenmaal de één zijn schuld de ander zijn kapitaal is.”

Zolang het kapitaal erin slaagt de ellende grotendeels af te wentelen op de arbeiders, vervolgde hij, zal de eurocrisis voortetteren. Als oplossing stelde hij daarom schuldkwijtschelding voor, iets waar immers alleen de vermogende eigenaren van kapitaal last van zouden hebben. Het is een redenering die ik vaker hoor, maar zij gaat mank. De schuld van de één is namelijk ook het kapitaal van die ene, en dat van zijn nazaten.

Laat ik een voorbeeld dichtbij huis nemen: van wie is het kapitaal, ofwel de waarde van mijn huis, dat tegenover mijn hypotheekschuld staat? Het voor de hand liggende antwoord, “van de bank”, is fout.  Want stel dat wij het probleem van de Nederlandse hypotheekschuld oplossen door alle hypotheekschuld kwijt te schelden zonder dat mensen hun woning hoeven te verlaten.

Het bankwezen zal meteen omvallen. Jammer dan voor de bankiers, kun je denken, maar wie de balans van een bank bekijkt, ziet dat de hypotheken slechts met een snippertje aandelenkapitaal zijn gefinancierd. Het gros van de hypotheken hebben banken gefinancierd met geld dat zij hebben geleend van pensioenfondsen, verzekeraars en andere beleggers. Verder hebben banken een deel van de hypotheken gefinancierd met spaargeld.

Banktegoeden

Met andere woorden, als je het schuldprobleem van Nederlandse gezinnen wilt oplossen met kwijtschelding van de hypotheekschuld, dan trek je niet alleen de banken omver, maar incasseren ook pensioenfondsen en verzekeraars flinke verliezen, namens talloze Nederlanders voor wie zij vermogen beheren. Tegenover onze hypotheekschuld staat dus deels ons eigen kapitaal.

Hetzelfde principe, maar subtieler, geldt voor de overheidsgarantie voor banktegoeden die bij een hypotheekschuldkwijtschelding zal voorkomen dat Nederlanders kunnen fluiten naar hun spaargeld. Immers, de overheid dat zijn wij uiteindelijk zelf, en onze nazaten. Als de overheid ons redt, is de werkelijke redder de toekomstige belastingbetaler.

Wie inziet dat een overheidsgarantie voor spaarders neerkomt op het vooruitschuiven van lasten, begrijpt ook dat een schuldencrisis wezen betekent dat een land een te groot voorschot heeft genomen op toekomstige welvaart. Dat kan zijn doordat gezinnen hun toekomstige salaris hebben overschat, doordat bedrijven zich hebben vertild aan investeringen of doordat de overheid steeds meer collectieve voorzieningen op de pof is gaan financieren.

Welvaartsconflict

Een schuldenprobleem betekent dat huidige generaties, en inmiddels overleden generaties, zich te goed hebben gedaan aan het vermogen van jonge generaties, en van generaties die nog geboren moeten worden.

In de eurocrisis heeft het welvaartsconflict tussen generaties tegelijkertijd een internationale dimensie. Zodoende zal iemand die de eurocrisis wil oplossen door de schulden van zuidelijke landen kwijt te schelden niet zozeer de huidige welvaart van noordelijke kapitalisten aantasten, maar de toekomstige welvaart van jongeren in noordelijke landen. En als wij de schuld niet kwijtschelden, dan tasten wij vooral de welvaart aan van jongeren in zuidelijke landen. 

Het 19e-eeuwse idee dat een financiële crisis neerkomt op een botsing tussen arbeiders en kapitalisten deugt niet. De schuldencrisis in de eurozone is een conflict tussen oude en jonge Europeanen.

Bruno de Haas, Hoofd Beleid & Onderzoek bij Media Pensioen Diensten en schrijver van “Laat de leeuw niet in zijn hempie staan – waarom de euro ons zal opbreken”

De Haas gaat dinsdagmiddag in Amsterdam over de toekomst van de euro in debat met Han de Jong, hoofdeconoom van ABN Amro.

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No