De zogenoemde Panama Papers - de gelekte interne informatie van het in Panama gevestigde advocatenkantoor Mossack Fonseca - houdt de gemoederen wereldwijd nu al weer een aantal dagen bezig.
Het gaat om meer dan 11 miljoen documenten van het kantoor die inzicht geven in de wijze waarop het zijn gepriviligeerde klanten helpt hun rijkdommen en bezittingen ‘backstage’ te brengen in schimmige bv’s op de Kaaimaneilanden en andere belastingparadijzen.
Of sprake is van belastingontwijking of van regel- rechte belastingontduiking is op basis van wat media erover berichten moeilijk te zeggen. Wel is er in veel van deze gevallen sprake van dubbele standaarden: het gaat om mensen in hoog aanzien, met hoge maatschappelijke en politieke posities, die in de publiciteit of vanuit hun functie een appel doen op de moraliteit of de bijdrage van gewone mensen of die besluiten tot hardvochtige bezuinigingen op bij voorbeeld zorg en onderwijs.
De Panama Papers maken dat de geloofwaardigheid van deze mensen wordt aangetast, dan wel verkruimelt - met alle gevolgen van dien voor het maatschappelijk vertrouwen.
De allegorie van de grot
De onthullingen op basis van de Panama Papers doen wederom beseffen hoe actueel de allegorie van de grot van Plato wel niet is. Daarin stelt de Griekse wijsgeer dat de realiteit verdeeld is in twee domeinen. De een is de waarneembare wereld van alledag, dat is de wereld van de gewone mensen. Daarnaast is er de abstracte wereld, waar sprake is van perfectie en onveranderlijkheid - dit is de echte wereld, stelt Plato, waar de ‘gewone man’ amper weet van heeft. Dit is - vertaald naar onze tijd - de wereld van de superelite, waar andere regels en normen gelden en voor wie transparantie een vijand is.
Deze abstracte, voor gewone stervelingen amper te doorgronden wereld dijt uit en drukt steeds meer op de waarneembare wereld. Dat geldt bij voorbeeld ook voor het monetaire beleid van centrale banken, die met hun kwantitatieve verruiming en hun extreem lage en zelfs negatieve rentes de regels en de normen, de theorieën en de leerboeken, alsook de belangen van de waarneembare wereld aantasten en zelfs ondermijnen. Het verzet daartegen neemt toe, ook onder economen en beleggingsexperts.
Europese Centrale Bank
Zo verklaart William White, een door The Economist als ‘briljant’ betitelde econoom, dat ‘de hocus pocus van centrale banken als de Europese Centrale Bank is uitgewerkt’. Hij stelt dat de schulden zo hoog zijn opgelopen door de crisis dat er sprake is van een gevaarlijk niveau en ‘totale ontsporing dreigt’ als er een recessie komt.
De monetaire hocus pocus verliest zijn geloofwaardigheid, ook onder gewone burgers en dat kan sociaal-maatschappelijke spanningen opleveren, zegt White in een gesprek met Gerben van der Marel, medewerker van Fondsnieuws en het FD. Dit interview is geplaatst in het magazine dat woensdag 20 april bij het FD verschijnt.
‘De gewone man verliest zijn vertrouwen’
‘Het is eerder kunst dan wetenschap. De gewone man in de straat zal straks niet meer geloven in een oplossing van monetaire autoriteiten. Wat niet helpt is dat veel banken zelf zonder een krasje uit de crisis zijn gekomen. Ze hebben zoveel domme dingen gedaan maar zijn er vaak goed uitgesprongen. De rekening is niet opgepakt door banken en aandeelhouders. Het is de taxichauffeur die voor de schade opdraait, de gewone belastingbetaler.’
Toch zijn centrale bankiers niet volledig verantwoordelijk te stellen voor deze excessen. Zij hebben met hun beleid vooral tijd gekocht - tijd die de politiek moet gebruiken voor structurele hervormingen. Ierland laat zien dat dat werkt. Nu de andere landen in de eurozone nog, voordat het point of no return wordt bereikt.
Deze opinie staat als voorwoord afgedrukt in het Fondsnieuws-magazine dat 20 april (bij het FD) verschijnt.