Het kabinet broedt op beleid om zijn schulden te reduceren. Kind van de rekening kan het sociale contract tussen Staat en burgers zijn. Een essay van Cees van Lotringen, hoofdredacteur van Fondsnieuws.
Er is sprake van een ‘fundamentele vertrouwenszwakte in de wereld’, stelt Simon Schama. De eminente Britse historicus wijst als oorzaak een combinatie aan van globalisering, migratie en vergaande technologische en sociale veranderingen. ‘Dat gaat gepaard met nationalisme, dat vrijwel overal nu een religieus element heeft’, aldus Schama in het discussieprogramma Buitenhof.
Onvermeld liet hij de bijdrage die overheden ook onmiskenbaar aan dat wantrouwen hebben gehad. Zo is op de kredietcrisis van 2008 gereageerd met een beleid dat historisch zonder precedent is: extreem lage rentes in combinatie met op hol geslagen geldpersen. Doel: het voorkomen van een implosie van het kapitalistische stelsel. Dat is gelukt, al lijkt de uitkomst sterk op het gezegde ‘de ziekte is overwonnen, de patiënt is overleden’.
De globalisering als motor van de ‘fundamentele vertrouwenszwakte’ waarvan Schama gewag maakte, is sinds de jaren tachtig gepaard gegaan met toenemende inkomensongelijkheid - een ontwikkeling die recent versneld is door het kwantitatieve verruimingsbeleid van de centrale banken. Dit zorgde voor asset bubbels, waarvan vooral de haves in het post-crisistijdperk hebben geprofiteerd.
Over de kloof die dit tussen haves en havenots - of zoals men in de VS zegt tussen Wall Street en Main Street - heeft geslagen bestaat toenemend onbehagen. Dat blijkt alleen al uit het eclatante succes dat de Fransman Thomas Piketty met zijn boek Kapitaal in de 21ste eeuw heeft. Daarin beschrijft hij de economische ongelijkheid vanuit een historisch en statistisch perspectief. Het effect van dit massaal verkochte, maar beperkt (uit)gelezen boek is dat het de publieke opinie heeft gemobiliseerd en beleidsmakers wereldwijd van munitie heeft voorzien om de kloof tussen mensen mét en zonder geld enigzins te dichten.
Zo houdt het IMF in de paper ‘Policies in support of selected sustainable development goals’ een pleidooi voor het aanpakken van inkomensongelijkheid. Doel is om tot een samenleving te komen die ‘inclusive’ is. Dergelijke samenlevingen zijn doorgaans minder corrupt en gewelddadig en dus efficiënter en gelukkiger.
Maatschappelijk vertrouwen
De Amerikaanse wetenschapper Francis Fukuyama stelt in zijn boek Trust dat het welzijn in en het concurrentievermogen van een land afhangen van een overheersend aspect van de cultuur, namelijk de mate van onderling vertrouwen tussen de burgers. Dat vertrouwen komt tot uiting in het recht en in de gezagsverhoudingen in een land, maar vooral ook in de spontaniteit waarmee de burgers tot wederzijds voordeel relaties aanknopen. Fukuyama noemt dit het ‘spontane associatievermogen’, anderen spreken van het ‘sociale kapitaal’ van een land of van een ‘ethos van vertrouwen’.
Voorbeelden van dergelijke ‘high trust’-samenlevingen zijn Nederland, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Zwitserland - wat veelal in het protestantisme gewortelde samenlevingen zijn. Daartegenover staan ‘low trust’-samenleving als Frankrijk, maar ook China, waar staatsvorming en ontwikkeling veelal vanuit een autocratisch centrum is opgelegd.
Maar de crisis van dit moment is een crisis die de landen met een hoog sociaal kapitaal even hard midscheeps lijkt te treffen als landen met een beperkt sociaal kapitaal. Deels zijn daar externe, deels zijn daar interne factoren als oorzaak voor aan te wijzen. Maar een inbreuk op dat maatschappelijke vertrouwen lijkt vooral ook het crisisbeleid van overheden te zijn geweest. Behalve met lage rentes, ging dit gepaard met een extreme schuldaccumulatie tot 286 procent van de wereldwijde output, schrijft McKinsey.
Dat roept de vraag op naar het eindspel dat overheden na de lediging van de ergste nood aan het voorbereiden zijn. Er zijn meerdere beleidsopties, die afzonderlijk of (waarschijnlijker) parallel worden ingezet - ik beperk me hier tot twee.
De eerste is een verhoging van de inflatieplafonds. Nu is dat 2 procent, maar zowel in de boezem van de Britse als van de Amerikaanse centrale bank - zo blijkt uit een voetnoot van een 11.000 woorden lange toespraak van centralebankvoorzitter Janet Yellen - wordt van een inflatiedoelstelling gesproken van 4 procent.
Als dat staand beleid wordt, dan verdwijnen reële schulden relatief onopgemerkt en worden bovendien als bijvangst de vermogens van de haves - die zo sterk geprofiteerd hebben van de door centrale banken aangewakkerde asset bubbels - weer enigszins tenietgedaan. Nadeel: de havenots worden gestraft door stijgende kosten van levensonderhoud, maar dat kan een overheid compenseren door lagere belasting op arbeid te heffen.
Samenhangend daarmee worden (hogere) belastingen op vermogens voorbereid. Het kabinet-Rutte heeft een schot voor de boeg gegeven door van historische rendementen uit te gaan die de schatkist spekken, maar in de kern zo ‘schimmig’ zijn dat ze het maatschappelijk vertrouwen verder ondermijnen. Zo wordt voor obligaties een opbrengst aangehouden van 4 procent - als professionele beleggers dat jegens hun klanten zouden doen, zouden ze door DNB worden gegrild.
Sociaal contract
De overheid die al van financiële repressie wordt beschuldigd, kan zich dergelijk onbehoorlijk bestuur niet veroorloven. Belastingen maken namelijk deel uit van het sociale contract tussen Staat en burgers. De Staat biedt veiligheid in ruil waarvoor burgers belasting betalen. Dit uit de 17e eeuw stammende contract is het fundament van de westerse democratieën. Maar het staat onder druk, omdat overheden door schuldaccumulatie, tanende groei en vergrijzing veel van hun rollen aan het afbouwen zijn, terwijl het beslag dat de overheid doet op het inkomen van haar burgers niet afneemt. Dit holt de wederkerigheid van het sociale contract uit.
Wie maatschappelijk vertrouwen wil behouden, of belangrijker nog, versterken moet niet de kaasschaaf, maar de scalpel hanteren. Natuurlijk moeten de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, maar dan wel eerlijk - dat wil zeggen op basis van echte, behaalde rendementen. Daar zal niemand van de vermogenden op tegen zijn. Maar wie die spelregels van het sociale contract niet respecteert, moet niet verbaast zijn dat de fine fleur met haar opgebouwde kapitaal naar een minder vermogens onvriendelijke omgeving uitwijkt - want ook dát is een bijeffect van de geglobaliseerde wereld.
Dit artikel is afgedrukt in het Fondsnieuws-magazine van 15 oktober.