IO placeholder
IO Placeholder

Na lang, heel lang dralen lijkt Europa zowaar in beweging te komen. In Italië en in Griekenland heeft de oude politieke elite voor het moment een stap terug gedaan.

In hun plaats komen technocraten die ernst maken met het orde op zaken stellen. De eerste reacties van de financiële markten laten zich het best vertalen in termen van: eerst zien en dan geloven.

Duitsland als reddingsboei
Die opstelling is begrijpelijk, want met het aantreden van nieuwe politieke leiders zijn de problemen in het eurogebied nog lang niet van de baan. Het aanhoudende politieke getalm heeft immers de geloofwaardigheid van het Europese project in diskrediet gebracht. Onderliggend sluimert de angst dat Europa zich gaat vertillen aan de redding van de zwakke broeders.

Mevrouw Merkel probeert keer op keer de twijfel weg te nemen, maar hoever is Duitsland bereid te gaan om Europa te redden? Zal het de eigen financiële gezondheid in de waagschaal willen stellen?

Het moge duidelijk zijn dat vooral Duitsland de kosten zal moeten dragen voor de herstructurering van insolvente landen als Griekenland. Mochten er landen zijn met acute liquiditeitsproblemen dan zal Duitsland waarschijnlijk als lender of last resort moeten optreden, noodfonds of geen noodfonds.

Die rol wordt Duitsland opgedrongen, omdat de ECB die vooralsnog niet op zich wil nemen. Deels omdat Duitsland hier tegenstander van is, deels omdat de ECB niet geneigd is lichtzinnig beleid van lidstaten te belonen met het uitreiken van een blanco cheque.

Noodzakelijke aanpassingen
Zal Duitsland werkelijk de rol van lender in last resort willen vervullen? Dat staat niet onomstotelijk vast. Maar er speelt nog meer dat doet twijfelen aan de toekomst van de eurozone.

Is het verschaffen van liquiditeiten, van het herstellen van de solvabiliteit, voldoende om de euro te redden of is er meer nodig? De vraag stellen is hem beantwoorden. Voor een gezond herstel van de eurozone is meer nodig.

Dankzij deze zone konden landen als Griekenland, Portugal, Italië en Ierland naar believen middelen van buiten de eigen landsgrenzen aantrekken. Toen dat na de crisis van 2008 in een klap een stuk moeilijker werd barstte de bouwbubbel in landen als Ierland en Spanje en explodeerden de tekorten in landen als Italië en Griekenland. Vervolgens gebeurde er niets.

De inrichting van de Eurozone maakte pijnlijke aanpassingen in de betrokken landen bijkans onmogelijk. Met uitzondering van Ierland vonden er geen pijnlijke economische aanpassingen plaats in de vorm van snel dalende lonen, een regen aan faillissementen en eventueel zelfs een depressie, waarna  uiteindelijk een zwaar bevochten herstel zou kunnen volgen.

Geen echte aanpassingen
Tot nu toe zien we een patroon van financiering door derde landen gekoppeld aan een recessie. Van echte aanpassingen lijkt vooralsnog weinig sprake.

Dat verwijt treft trouwens evenzeer de economisch sterke landen in de zone. Zij zouden bereid moeten zijn hun economie aan te passen om de zwakkere in staat te stellen om opnieuw te groeien. Als dat niet gebeurt, dan zullen landen nog slechts hun bezuinigingen exporteren. De zone komt daarmee in een neerwaartse vicieuze cirkel terecht.

Natuurlijk, het is nu noodzakelijk financiële noodverbanden te leggen om paniek in de vorm van alsmaar oplopende rentevoeten te voorkomen. Dat zal echter tot niets leiden als landen zo in staat zijn hun mincompetitieve economie draaiende te houden. Zonder daadwerkelijke economische aanpassingen van de diverse spelers, blijft het in Europa ‘Kurieren am Symptom’ en dat lost uiteindelijk niets op.

Cor Wijtvliet is zelfstandig gevestigd analist en als partner verbonden aan De Weygerbergen, bureau voor performancemeting en vermogensbegeleiding in Eindhoven.

 

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No