De aanhoudende druk op renteniveaus in veel ontwikkelde markten heeft erin geresulteerd dat beleggen in schatkistpapier nog amper lonend is. Moeten we vrezen dat obligatiemarkten structureel van karakter aan het veranderen zijn?
Goldman Sachs wijst op drie factoren die de relatie tussen risico en rendement fundamenteel aantasten. De eerste is de lage rente. Die al sinds 1982 langzaam aan het dalen, maar daar lijkt een einde gekomen.
In de derde plaats gaapt er een steeds grotere kloof tussen het groeitempo van de ontwikkelde economieën en die van de opkomende landen. Groei is nodig om de schulden af te betalen.
In Europa is er nog maar weinig ruimte om de trage groei te stimuleren. Bezuinigingsdrift dreigt de groei nog verder te vertragen. De opkomende markten zijn wel in staat een stimuleringsbeleid te voeren.
Kind van de rekening
Het resultaat is, dat zowel in de VS als in Europa het rendement op obligaties onder druk staat, terwijl het duration-risico alleen maar toeneemt. De obligatiehouder loopt zo het risico het kind van de rekening te worden.
Beleggers hebben onder de huidige omstandigheden beperkte mogelijkheden om in te spelen op deze fundamentele veranderingen. De traditionele ‘core’ portefeuille is immers opgebouwd rondom het duration-risico, maar is amper of niet gericht op potentieel aantrekkelijkere sectoren als credits of emerging markets debt.
De traditionele portfolio is evenmin geëquipeerd om bijvoorbeeld sectorstrategieën te ontwikkelen om een betere verhouding te krijgen tussen risico en rendement. Daar moet dus verandering in komen.
Opportunistische portefeuille
Goldman denkt dat een zogeheten opportunistische portefeuille een oplossing kan bieden. Deze portefeuille moet losgekoppeld worden van traditionele benchmarks. Dat geeft de portfoliomanager meer mogelijkheden van handelen.
Die manager moet wel in staat zijn de relatieve waarde te bepalen tussen de verschillende internationale obligatiemarkten. Hij moet dan vervolgens ook de vrijheid hebben om te handelen in overeenstemming met de marktmogelijkheden.
Dat betekent ook dat hij moet kunnen wisselen tussen een defensieve invulling of een opportunistische invulling.
Deze portfolio nieuwe stijl is minder afhankelijk van sterke economische groei dan aandelen, maar ook minder gevoelig voor het duration-risico zoals de traditionele vastrentende portfolio dat is.
Het risico neemt wel toe. Daar moet de belegger zich goed van bewust zijn. Hij moet er zich tevens van bewust zijn dat de vermogensbeheerder een behoorlijke vrijheid van handelen nodig heeft. Dat is juist wat het resultaat veel minder voorspelbaar maakt.
Cor Wijtvliet is partner bij De Weygerbergen; Bureau voor performancemeting en vermogensbegeleiding en tevens werkzaam bij Wijtvliet Research.