De kredietcrisis heeft één categorie producten in een wel heel kwaad daglicht gezet: Asset-Backed Securities ofwel ABS.
In zijn meest basale vorm zijn dat portefeuilles van leningen (zoals hypotheken, MKB-leningen en credit card leningen), waartegenover verschillende tranches van obligaties staan met ieder een eigen risicoprofiel.
Het merendeel van de tranches zal een laag kredietrisico kennen omdat er extra zekerheden worden ingebouwd voor het kunnen terugbetalen van rente en de hoofdsom, terwijl een klein deel van de tranches het voornaamste stuk kredietrisico op de onderliggende leningen loopt, maar daar ook een hoge vergoeding voor terug ontvangt. Het opzetten van zo’n structuur heet securiseren.
Securisatie
Zonder securisatie is de economie behoorlijk gehandicapt: als banken en andere kredietverstrekkers geen leningen meer van hun balans kunnen krijgen door deze te verkopen, kunnen ze op een gegeven moment geen nieuwe leningen meer uitgeven.
Bedrijven en particulieren kunnen dan geen (hypotheek)lening meer krijgen. Op hun beurt hebben beleggers (die geen organisatie hebben die nodig is om krediet uit te kunnen geven) dan geen mogelijkheid meer om exposure te krijgen naar een deel van de economie en worden hun kansen om een aantrekkelijk rendement te genereren met een goed gespreid risico aanmerkelijk beperkt.
NINJA
Waar ging het mis? Het is natuurlijk van groot belang om te kijken wat er gesecuriseerd wordt. Een portefeuille van Nederlandse hypotheken of van MKB-leningen van Duitse bedrijven is iets heel anders dan en portefeuille van NINJA (No Income, No Job or Assets-)hypotheken.
In de aanloop van de crisis werd de roep om rendement zo groot dat steeds meer esoterische leningen als onderpand werden ingezet, waarbij de kredietbeoordelaars niet goed keken naar het echte risico (wat niet gek was, want ze werden betaald door degene die de securisatie deed), en beleggers blind vertrouwden op de kredietbeoordelaars en niet zelf het benodigde diepgaande onderzoek deden.
Hoe meer vraag er van beleggers naar securisaties was, hoe meer leningen er uitgegeven konden worden en hoe meer krediet er de economie ingepompt werd. Tot dat… men erachter kwam hoeveel krediet er eigenlijk uitstond en wat een rotzooi er in veel securisaties verwerkt was, waarop de hele zeepbel uit elkaar spatte.
ABC‘tje
Als dit soort excessen buiten beschouwing gelaten worden, blijft over dat een ABS eigenlijk een ABC‘tje is: om broodnodig krediet uit te kunnen geven aan de gezonde delen van de economie moeten banken en andere kredietverschaffers hun balans zo nu en dan kunnen vrijmaken door een deel van hun bestaande leningen door te verkopen.
De meeste beleggers (en de regelgevers!) zijn echter zo geschrokken van wat er gebeurd is, dat ze bij het woord ABS al hard wegrennen.
Het is echter te hopen dat dat snel veranderd, dat iedereen goed kijkt naar waar je nu eigenlijk exposure naar hebt bij een ‘goede’ ABS en dat het securisatieproces weer goed op gang komt. Dat is voordelig voor de economie en voor beleggers.
Daan Potjer is Senior Manager bij Dynamic Credit en is lid van de Raad van Advies van B.A. van Doorn & Comp.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.