daan_potjer.jpg

Beleggers beleggen om meer rendement te krijgen dan bij sparen of uit een deposito. Men is bereid meer risico te lopen om op die manier een hoger rendement te kunnen maken.

De eerste vraag is daarom direct: hoeveel risico? Door middel van een analyse die het doel, de horizon, de risicohouding en de kennis van het beleggen in ogenschouw neemt, stelt men dit vast en kan men de tweede stap zetten: welk risico gaat men nemen?

Bij deze vraag wordt op dit moment bijna uitsluitend naar de mix van aandelen, obligaties en andere beleggingscategorieën gekeken. In de huidige marktomgeving is die invalshoek echter veel te beperkt.

De kredietcrisis en de nasleep daarvan leiden ertoe dat de verwachte rendementen voor vrijwel alle beleggingscategorieën laag zijn. De consument geeft nog steeds niet veel uit en de winsten van bedrijven kunnen daardoor slechts groeien door de marges te verhogen.

Dit kan men niet blijven doen en omdat de economische groei lager zal zijn dan we gewend zijn, is het potentieel voor aandelen niet zo hoog als dat voor de crisis leek te zijn.

De rente is historisch laag en blijft op zijn best stabiel of zal stijgen door verhoogde inflatieverwachtingen vanwege het huidige zeer ruime monetaire beleid.

Het potentieel voor het rendement op obligatiebeleggingen is daarmee ook niet bepaald hoog. Verder zullen de centrale banken vanwege de lagere economische groei de korte rente laag houden, dus ook op dit terrein is er weinig te bereiken. Waar is er dan nog wel rendement te behalen?

Beleggingsrisico is niet alleen het risico van de markten, maar ook de ruimte die men aan actieve beheerders kan geven om posities op die markten in te nemen.

Zeer actieve beleggers, die hetzij duidelijk afwijken van de index om alleen in de echt interessante delen van de markt te beleggen, hetzij een absoluut rendement nastreven door in te spelen op continu veranderende markten of op rendementsverschillen tussen markten, kunnen goede rendementen maken ondanks dat de markten als geheel gemiddeld een laag rendement laten zien.

Beleggers kunnen dus kiezen: hoeveel van het risico dat ik wil lopen om meer rendement te maken geef ik aan ‘de markten’ en hoeveel geef ik aan actieve beheerders. Spreiding is in dit geval een goed idee.

Door een weloverwogen mix te maken, bijvoorbeeld door een core/satellitebenadering die gebruikmaakt van zowel indexfondsen (zoals ETF’s), als echt actief beheerde fondsen, kan men zelfs in deze periode met veel volatiliteit een aantrekkelijk resultaat bereiken.

Juist de vlucht naar ETF’s biedt extra kansen voor actief beleid. Aangezien winnaars uit het verleden de hoogste weging in een index krijgen, wordt er bij indexbeleggen structureel meer geld richting die winnaars gestuurd.

Actieve beleggers kunnen zowel in relatieve als in absolute zin een goed rendement maken door hun aandacht bijvoorbeeld te richten op de winnaars van de toekomst of de ‘gevallen engelen’ die het na een herstructurering weer goed gaan doen.

Daan Potjer is managing director van Aethra Asset Management.

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No