Rode draad van de reeks columns waarvan dit de laatste zal zijn, is dat beleggers zichzelf graag voor de gek (laten) houden. Of het nu de begrippen alpha en beta zijn, verwachtingen over economische groei, de alwetendheid van een fondsbeheerder, het gebruik van voorspellende modellen of de waarde van een track record, particuliere beleggers slikken onzin vaak als zoete koek.
De financiële industrie gelooft er uit zelfbehoud dikwijls zelf ook in.
Graag wil ik iedereen nog één keer meegeven dat het van belang is altijd kritisch te zijn en door te vragen. De financiële industrie bestaat niet uit alziende, alwetende goeroes, maar uit gewone stervelingen. Zij brengt veel nuttige en goede producten en diensten voort, maar ook heel veel onzinnige en zelfs ronduit slechte. Het is aan de belegger om het kaf van het koren te scheiden.
Fondsen en filosofieën
Afgaande op de hoeveelheid beschikbare beleggingsfondsen en de enorme diversiteit in filosofieën op basis waarvan deze fondsen beheerd worden, moet men natuurlijk al heel alert zijn: wie weet echt waar hij/zij mee bezig is en wat is de houdbaarheid van die filosofie?
Veel fondsen hebben zich onder het mom van bijvoorbeeld GARP en bottom-up stock picking, lang gericht op de kleinere bedrijven in hun universum en hebben daardoor, vaak onbewust, een structurele MKB-focus als belangrijkste drijfveer van het rendement gehad.
Zelfs de rendementen van de ultieme ‘stock pickers’, de private equity-partijen, zijn meestal niet gedreven door kunde, maar door een stijleffect. Onderzoek van Citibank heeft aangetoond dat vergelijkbare leverage toepassen op de Russell 3000 index (een index van kleinere bedrijven genoteerd in de VS) hetzelfde rendement gaf als het gemiddelde van Amerikaanse private equity fondsen (behalve dat bij die rendementen de hoge vergoedingen van de beheerders nog moesten worden afgetrokken…).
Goed advies?
Belegt een adviseur zijn/haar eigen vermogen ook 1-op-1 volgens het eigen advies? Waarom zou dat dan voor u wel de beste manier zijn om te beleggen? Hoeveel tijd heeft een adviseur eigenlijk om onderzoek te doen? Hoe lang duurt het voor de beslissingen van de beleggingscommissie van een bank doorsijpelen naar de mensen die de klanten spreken?
Hoezeer wordt de samenstelling van de verzameling van aangeboden fondsen geleid door beleggingsredenen in plaats van heel andere (zie maar eens hoe weinig banken ETFs aanbieden)? Zin en onzin lopen door dit soort zaken vaak makkelijk door elkaar.
Vuistregels
Gelukkig zijn er, ondanks de onduidelijke grens tussen zin en onzin, een paar vuistregels die hun zin wel hebben bewezen: kosten laag houden (door het rente-op-rente effect wreken hoge kosten zich altijd), goed spreiden (niet alleen over beleggingscategorieën, maar ook over horizonnen) en gebruikmaken van premies die niet weg gearbitreerd kunnen worden (zoals illiquiditeit).
De beleggingsindustrie spint voorlopig nog garen bij intransparantie, gemaakte complexiteit en waarzeggerij. Het is aan beleggers om zich geen rad voor de ogen te laten draaien, de juiste keuzes te maken en de onzin te vermijden. Kritisch zijn zal zich zeker terugbetalen!
Daan Potjer is COO van Dynamic Credit