Naast een handjevol kwantitatieve beheerders en zij die eigenlijk niet naar hun beleggingsportefeuille omkijken, beleggen de meeste mensen op basis van een visie.
Of deze visie nu gebaseerd is op kijken in een glazen bol of gedetailleerd beleggingsonderzoek; het blijkt dat de visie meestal gedreven wordt door één alomvattend idee, dat dan in verdere details wordt uitgewerkt.
Een goed voorbeeld hiervan zijn de discussies bij veel beleggingscommissies. Deze gaan vaak over de verwachtingen voor groei, inflatie en monetair beleid. De macro-economsiche verwachting (in essentie één idee, opgesplitst in verwachtingen voor diverse factoren) drijft vervolgens de allocatie over beleggingscategorieën en markten.
Op de financiële markten zijn er echter veel meer drijfveren van de koersen dan alleen de macro-omgeving. Zo spelen bijvoorbeeld specifieke thema’s een rol, zoals de overstromingen in Australië, de goudkoorts en de eurocrisis. Ook belangrijk zijn geldstromen tussen de verschillende markten, bijvoorbeeld door pensioenfondsen die obligaties moeten kopen van de toezichthouder, ondanks het feit dat de rente al bijzonder laag staat en ongeacht de inflatieverwachtingen.
Daarnaast moet men bijvoorbeeld nog denken aan waarderingsniveaus, technische niveaus in de markt, behavorial finance-factoren en momentum-factoren. Ook als op lange termijn belegd wordt, moet men dit in ogenschouw nemen omdat het instapmoment en de timing van tussentijdse wijzigingen een grote invloed op het eindresultaat kunnen hebben.
Diversificeren over drijfveren
Als belegger is het daarom zaak om naast diversificatie over beleggingscategorieën en beleggingshorizons, ook te diversificeren over de drijfveren van de posities die worden ingenomen.
Beleggers met een portefeuille van fondsen zouden theoretisch een dergelijke diversificatie moeten hebben, aangezien alle beheerders hun eigen beleid maken. In de praktijk is echter gebleken dat veel actieve fondsen vaak toch redelijk eensgezind gepositioneerd zijn.
Tijdens de val van de markten door de kredietcrisis bleek dat veel hedgefondsen posities hadden die het goed zouden doen als de volatiliteit niet omhoog ging, maar heel slecht als de volatiliteit wel fors zou stijgen. Ook waren obligatiebeheerders overwogen in hoogrenderende bedrijfsobligaties versus overheidsobligaties en aandelenmanagers overwogen in opkomende markten versus ontwikkelde markten.
Veel kwantitatieve modellen lijken daarnaast ook erg veel op elkaar en fondsen gedreven door deze modellen bewegen dan ook vaak behoorlijk hetzelfde, vooral in tijden van crisis.
Het is dus niet makkelijk om ervoor te zorgen dat er in een portefeuille daadwerkelijk diversificatie van drijfveren behaald wordt. Bij het samenstellen van de eigen portefeuille, of bij de selectie van fondsen, is het zaak strategieën te selecteren die onder verschillende scenario’s een echt verschillend rendement laten zien en die dus echt ongecorreleerd zijn. Een goede mix van ideeën is de heilige graal van een echt gediversificeerde portefeuille.
Deze column is op persoonlijke titel geschreven door Daan Potjer, managing partner van Aethra Asset Management
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.