loef.jpg

Wie de technische analyse serieus wil nemen, die bestudeert bij voorkeur eerst het verre verleden voor een gefundeerder begrip van deze beleggingsfilosofie.

Charles H. Dow, mede-oprichter van Dow Jones & Co., schreef rond 1900 in The Wall Street Journal een aantal columns over technieken om het wel en wee van de Amerikaanse economie in kaart te brengen.

Dow veronderstelde dat alle beschikbare en relevante kennis over de fundamentele factoren het beste konden worden weergegeven via een constructie van gemiddelden van beurskoersen. Daarom stelde hij twee beursindices samen, te weten de Dow Jones Industrials Average en wat tegenwoordig heet de Dow Jones Transportation Average.  

Charles’ idee was dat de goed geïnformeerde minderheid (vertegenwoordigd door ‘insiders’ in het zakenleven) sneller anticipeert op veranderingen in vraag en aanbodfactoren dan de ‘outsiders’.

Manipulatie in individuele aandelen kon echter een vertekend beeld scheppen. Dat effect wordt aanzienlijk gedempt via de samenstelling van beursindices waarin meerdere beursgenoteerde bedrijven zijn opgenomen. Daarnaast is de richting van de beurskoersen op de korte termijn veel gemakkelijker te beïnvloeden dan de bewegingen op de lange termijn.

Vandaar dat Charles Dow veel meer waarde hechtte aan de ‘Primary’ trend die langer duurt dan een jaar (meestal zelfs meerdere jaren). De primaire trend begint met de zogenoemde accumulatiefase, waarin de ‘insiders’ aandelen kopen, terwijl slecht economisch nieuws nog domineert. Deze opbouwfase wordt op enige moment onderbroken door een zogenoemde ‘Secondary’ koerscorrectie die meestal enkele weken tot een aantal maanden aanhoudt.

Na deze eerste correctiefase volgt een nieuwe rallyfase, waarin het bredere publiek anticipeert mede naar aanleiding van gunstiger economische berichtgeving. Vaak blijkt deze fase de meest dynamische en langste van de drie stijgingsfasen die volgens Dow een ‘bullmarkt’ kenmerkt.

Na een tweede ‘Secondary’ volgt de finale stijgingsfase. Dit is volgens Dow de distributiefase, waarin de kopers van het eerste uur overgaan tot verkopen. Vaak vallen deze winstnemingen juist samen met zeer positieve tot euforische berichten over het bedrijfsleven. Zodra iedereen heeft gekocht blijkt een klein beetje aanbod al voldoende om de beursindices af te vlakken. Sectorrotatie en verdeeldheid nemen toe.

Volgens de Dow Theorie moeten de beursindices elkaars richting bevestigen via gezamenlijke nieuwe hoogtepunten. In juli 2011 bleek dit niet het geval. Na deze waarschuwing volgde een gezamenlijke daling onder het meest recente dieptepunt. Deze eerste ‘Secondary’-correctie werd eind oktober 2011 opgeheven.

De ‘Primary’-trend werd begin 2013 weer bevestigd. Sinds begin dit jaar boekt de Dow Jones Industrials Average - net zoals na de piek drie jaar geleden (eind april 2011) - geen nieuwe hoogtepunten meer. Deze divergentie of ‘non-confirmation’ maakt aandelenbeleggers eind april van dit jaar alert op de mogelijkheid van een aanstaande, tweede ‘Secondary’-correctie op Wall Street.

Een gezamenlijke daling onder de dieptepunten van april zou een bevestiging opleveren.

Edward Loef is een onafhankelijk technisch analist en in de VS geregistreerd als Certified Financial Technician bij de International Federation of Technical Analysts (IFTA).

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No