Het roemruchte januari-effect wordt in twijfel getrokken. Hoe staat het met dit seizoenseffect?
Door de komst van bruikbare databases met historische bedrijfsgegevens en beurskoersen zijn onderzoekers, met behulp van computers, steeds vaker opgelopen tegen meetbare patronen in beurskoersen.
Anomalieën
Omdat deze patronen volgens de heersense efficiënte markt theorie niet zouden kunnen voorkomen, werden deze fenomenen bestempeld als anomalieën. Daartoe behoort ook het januari-effect.
Als eerste toonde Donald Keim van de universiteit van Chicago aan dat het rendement van aandelen in januari significant hoger was dan in het gemiddelde rendement in de overige maanden. Vele daaropvolgende onderzoeken hebben dit bevestigd.
Een veelgehoorde verklaring is dat beleggers in de V.S. (waar de meeste onderzoeken gedaan zijn) aan het einde van het jaar slecht presterende aandelen verkopen om zo compensabele verliezen te genereren en belasting te besparen.
Schone lei
Begin januari beginnen zij met een schone lei en doen weer aankopen in de -in hun ogen- ondergewaardeerde aandelen. Hoewel de verklaring zeker plausibel is, moet er meer aan de hand zijn. In landen waar beleggers geen belasting over koerswinsten betalen, is het januari-effect namelijk ook meetbaar.
Een meer algemene verklaring voor het januari-effect is dat beleggers, vlak voordat zij het jaar afsluiten, niet graag slecht presterende aandelen in de portefeuille willen laten zien. De om cosmetische redenen in de verkoop gedane aandelen worden in januari met frisse moed weer teruggekocht.
Er zijn veel aanwijzingen dat beleggers zich inderdaad vaak laten leiden door andere motieven dan strikt rationele. Zo veel aanwijzingen zelfs, dat zich inmiddels een serieuze concurrent voor de efficiënte markt theorie heeft ontwikkeld: behavioral finance.
Behavioral finance
Beleggers die de inzichten van behavioral finance in de praktijk brengen, volgen de zogeheten value strategie. Zij kopen sterk ondergewaardeerde aandelen waarvan de consensus achteraf overdreven somber is geweest.
Value beleggers profiteren van mean reversion waarbij de waardering van sterk ondergewaardeerde aandelen normaliseert zodra blijkt dat de somberheid van de meeste beleggers te sterk is doorgeschoten.
Voor value beleggers is het januari-effect een relevant fenomeen. Door te anticiperen op het seizoenspatroon kan de outperformance nog verder vergroot worden.
Onderzoek
Wij hebben voor een periode van tien jaar de maandelijkse performance van de door een gelijkgewogen portefeuille van Europese value aandelen (die door ons in de praktijk toegepast wordt) vergeleken met die van de MSCI Europe index.
De outperformance van de maand januari steekt met 4,3 procent met kop en schouders uit boven het maandgemiddelde van 1,1 procent. De bewering dat het januari-effect aan slijtage onderhevig zou zijn, geldt zeker niet voor value beleggers. Dat is goed nieuws voor actieve value beleggers.
Fred Huibers is directeur van het Haags Effektenkantoor.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.