IO placeholder
IO Placeholder

Wie al langere tijd in beleggingsfondsen investeert weet het: fondsen veranderen regelmatig hun naam. Waarom doen zij dat en heeft het consequenties voor beleggers?

Naamsveranderingen komen zo vaak voor dat wetenschappers er een reden in zagen om er onderzoek naar te doen.

Minder alpha
Cooper, Gulen en Rau (Journal of Finance 2005) hebben in de databases van Morningstar, Lipper en CRSP in de periode 1994-2001 maar liefst 15.972 naamsveranderingen aangetroffen. Vervolgens hebben zij gekeken welke verschillen er zijn tussen fondsen met een gewijzigde naam en de overige fondsen.

Daaruit blijkt dat fondsen die een naamswijziging hebben ondergaan in de periode daarvoor minder alpha, minder instroom en een langere historie dan de overige fondsen hadden.

Met statistische analyse hebben de onderzoekers vervolgens aangetoond dat de kans dat een naamswijziging zich bij een fonds voor zal doen vooral samenhangt met de uitstroom.

Revitalisering
Naamswijzigingen lijken vooral door commerciële motieven gedreven te zijn. Marketeers blazen vermoeide fondsen nieuw leven in - revitalisering heet dat. Vooral als de nieuwe naam aansluit bij populaire thema’s, wordt de naamswijziging beloond met de toestroom van nieuw geld.

De onderzoekers tonen aan dat deze fondsen in het jaar na naamswijziging bijna 28% meer instroom krijgen, terwijl de groep van vergelijkbare fondsen het moet doen met 4 procent. Als de naamswijzing niet direct verband houdt met een populair thema, is de extra instroom nog altijd 20 procent hoger.

Of de naamswijzing gepaard gaat met een ander beleggingsbeleid heeft nauwelijks invloed. Ook als gecorrigeerd wordt voor advertentie-uitgaven of de ontwikkeling van de performance, blijft het onafhankelijke effect duidelijk zichtbaar. Kortom, de verleiding tot revitalisering moet groot zijn.

Tegenvallende performance
Wat kan een belegger verwachten van een fonds waarvan de naam gewijzigd wordt? Volgens Cooper, Gulen en Rau loopt de belegger een groot risico dat de performance tegenvalt nadat de naam is gewijzigd.

Hiervoor zijn drie redenen: de kosten (de zogenoemde Total Expense Ratio) nemen toe als gevolg van uitgaven voor sales en marketing. Ten twee kan de instroom leiden tot een ‘inflow drag’ op de performance. Het gemiddelde belegde vermogen van de fondsen die onderzocht zijn is 299 miljoen dollar en de instroom na de naamswijziging was gemiddeld 67 miljoen dollar.

Door de relatief hoge omvang van de instroom hadden de fondsen een grotere kaspositie die de performance in opgaande markten geen goed deed. Tenslotte blijkt de timing van de naamswijziging notoir opportunistisch.

Gezonde dosis scepsis
Zo zijn er fondsen die in reactie op de ICT-boom van naam zijn veranderd. Dat was echter zes maanden nadat de Nasdaq gepiekt had. Wel was er nog sprake van 4,1 miljard dollar aan instroom.

Kortom, als er geen valide reden is, zoals een overname of de rationalisatie van een merk, loont het om een gezonde dosis scepsis aan de dag te leggen als men geconfronteerd wordt met een revitaliseringscampagne.

Fred Huibers is directeur van het Haags Effektenkantoor.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No