Veel pensioenfondsen zitten met hun handen in het haar. Ze kampen met onderdekking: de waarde van de beleggingen zijn onvoldoende om aan de verplichtingen te voldoen.
Onderdekking ontstaat als de beleggingen van pensioenfondsen minder waard zijn dan de contante waarde van de verplichtingen aan deelnemers. Een belangrijke reden voor het ontstaan van de onderdekking is de vergoeding die langlopende staatsleningen geven.
Deze rente wordt immers gebruikt om de waarde van de uitkeringsverplichtingen van het pensioenfonds te bepalen.
Tegenvallende beleggingsresultaten
Maar minstens zo belangrijk is de ontwikkeling van de linkerkant van de balans van pensioenfondsen. Tegenvallende beleggingsresultaten hebben ervoor gezorgd dat er een dekkingstekort is ontstaan. Veel pensioenfondsen worden door de toezichthouder aangespoord om herstelplannen te formuleren om het tekort weg te werken.
Het beleggingsbeleid wordt daarom momenteel nog eens extra kritisch tegen het licht gehouden. Het beleggingsbeleid waarmee grote Canadese pensioenfondsen sinds jaar en dag succes boeken, is in dat licht interessant.
Canadese fondsen
Canadese pensioenfondsen zijn belangrijk: vier van de veertig grootste fondsen ter wereld zijn Canadees. Samen beheren de Canadese fondsen meer dan 643 miljard dollar.
Het beleggingsbeleid van de grote fondsen is gericht op directe beleggingen en eigen beheer. Dit staat in schril contrast met de meeste andere pensioenfondsen die veel werken met externe managers.
Canadese pensioenfondsen investeren sinds de negentiger jaren relatief veel direct in onroerende goed, infrastructuur en buy-outs. Zij boeken daar goede resultaten mee. In de afgelopen tien jaar boekte het Ontario Teachers pensioenfonds (157 miljard dollar onder beheer) volgens het onderzoeksbureau Preqin het hoogste rendement van de 330 grootste pensioenfondsen ter wereld.
Controle
Niet in de laatste plaats omdat zij controle houden over het management van de beleggingen en omdat zij fees aan externe partijen uitsparen.
Doordat zij het beheer van de beleggingen in eigen hand houden, kunnen zij de timing van eventuele verkoop van de beleggingen zelf bepalen. Vaak blijkt geduld beloond te worden; iets wat externe participatiemaatschappijen vaak niet hebben.
Ook stelt het de pensioenfondsen in staat om beleggingen met een bescheiden rendement (maar ook laag risico) te accepteren. Vaak zijn dit infrastructuurbeleggingen met relatief veel directe, jaarlijkse uitkeringen. Opnieuw iets wat – door korte termijn koerswinst gedreven – participatiemaatschappijen doorgaans niet willen.
Succesfactoren
Zelf geven de Canadese pensioenfondsen aan dat hun succes vooral te danken is het voldoen aan drie voorwaarden. In de eerste plaats het kunnen aantrekken van voldoende deskundigheid om intern (versus uitbesteed) management succesvol te laten zijn.
Daarvoor zijn zij bereid om salarissen te betalen die concurreren met de lonen die aspirant-managers kunnen verdien bij externe partijen (inclusief zakenbanken).
Hetzelfde geldt voor de toezichthouders. Het heeft geen zin om goede managers aan te trekken als de toezichthouders – door gebrek aan kennis – deze managers steeds voor de voeten lopen.
Tenslotte is schaal belangrijk. Het opbouwen van een goed betaalde interne managementcapaciteit is alleen lonend als deze beloning over voldoende beleggingen omgeslagen kan worden.
Vooral bij infrastructuurbeleggingen gaat de kost voor de baat uit. De Canadese pensioenfondsen hebben – nu overheden steeds meer genoodzaakt zijn om te bezuinigen – niets te klagen. Zij kunnen uit steeds meer infrastructuurprojecten om in te beleggen, kiezen.
Fred Huibers is Fondsmanager HEK Value Funds.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.