De Duitse staatsobligatiemarkt trilt op zijn grondvesten. Kopers en verkopers zijn langzaam aan het bijkomen van de snelheid en de omvang van de grote sell-off. Ondertussen breekt menig marktdeskundige zijn hoofd over vragen als ‘waarom nu’ en ‘waardoor is de volatiliteit getriggerd’. Al die slapeloze nachten zijn echter zinloos.
Er bestaat domweg geen mechanisme waarmee een keerpunt in de markt betrouwbaar kan worden voorspeld. Zelfs nadat de markt een nieuwe richting heeft gekozen, blijft de reden achter de volatiliteit moeilijk te herleiden.
In aanloop naar extreme marktschommelingen heerst veelal een klimaat waarin het waarde-denken overboord wordt gezet. De gedachte dat het dit keer allemaal anders is, overheerst. Dit fenomeen zagen we ook tijdens de beruchte IT-bubbel. Toen werden gouden beleggingsregels afgedaan als ouderwets gedoe. De bedrijven waar men geld in stak moesten vooral nieuw, spannend en grensverleggend zijn.
Portefeuilles vol met ‘kansrijke’ startups zonder winst, omzet en waar vaak ook nog eens een gedegen businessplan ontbrak. De ondoordachte beleggingsbeslissingen werden massaal goedgepraat met holle frasen als: voor een buitenkans moet je nou eenmaal je portemonnee trekken. De internetzeepbel barstte in 2000 en de averij die daarop volgde was nauwelijks te overzien.
Duits drama
Het drama op de Duitse staatsobligatiemarkt werd voorafgegaan door een periode waarin beleggers wisten dat ze met negatief renderend staatspapier verlies zouden lijden. Deze beleggers rechtvaardigden het houden van dit schuldpapier door te stellen dat ze het met winst zouden kunnen doorverkopen aan de Europese Centrale Bank. De ECB moet in het kader van het opkoopprogramma beleggers immers door er veel voor te betalen, verleiden om afstand te doen obligaties.
Als je geen zin hebt om ‘om stuivers op te rapen voor een stoomwals’, zoals een aloud gezegde onder obligatiehandelaren luidt, kun je kiezen voor waardebeleggen. Bij een strakke focus op waardebeleggen draait het immers om de vraag: “Is het toekomstige rendement toereikend om het risico te compenseren?” Zolang je als waardebelegger maar niet gemakshalve aanneemt dat de markten zo efficiënt in elkaar zitten dat het antwoord op deze vraag bij voorbaat ja is, zijn er volop kansen.
Ook op de markt voor bedrijfsobligaties blijft het wel oppassen. Zeker gezien het huidige klimaat is een simpele waardeanalyse onontbeerlijk om vast te kunnen stellen of de rendementen die worden geboden, het risico van een default wel compenseren. Vorige zomer lieten delen van de high yield markt – gecorrigeerd voor gemiddelde wanbetalingspercentages over de lange termijn – namelijk een negatief rendement zien. Eigenlijk was er toen geen enkele logische reden om het schuldpapier te bezitten.
Kuddegedrag en verliesaversie
Wat zit hier achter? In de tweede helft van 2014 zorgde een felle daling van de olieprijs voor een terugval op de markt. Hoogrentende obligaties van energiebedrijven - die direct werden geraakt- kelderden. Andere sectoren werden meegetrokken in deze val. Door kuddegedrag en verliesaversie worden allerlei obligaties met het badwater weggegooid.
Kortom, tijd voor de waardebelegger om toe te slaan; vermijd de daling omdat er geen waarde is en koop aantrekkelijke obligaties die in paniek of uit angst voor besmetting van de hand zijn gedaan. Volatiliteit is dus helemaal niet zo eng, het biedt juist kansen voor slimme waardebeleggers.
David Lloyd is hoofd Institutional Fixed Income Portfolio Management bij M&G Investments.