Terecht worden er kanttekeningen geplaatst bij de kosten en tracking errors van indextrackers in het artikel van afgelopen maandag.
Bij diverse trackers zouden die overigens vrij eenvoudig omlaag kunnen.
Toch is het een goede zaak dat organisaties als AFM en VEB de relatieve efficiency en transparantie van deze beleggingsvorm benadrukken. Dit eens te meer omdat juist bij de Nederlandse particuliere belegger de populariteit van indextrackers nog relatief bescheiden is. Hoe komt dit?
Deels hangt dit samen met een remmende voorsprong van Nederland, waar traditionele beleggingsfondsen al sinds de jaren zestig beursverhandeling kennen. Het Verenigd Koninkrijk volgde pas in de jaren tachtig, België en Frankrijk eind jaren negentig.
Fiscaliteit
Daarnaast speelde fiscaliteit een rol. Eind jaren negentig wilde het toenmalige beursbedrijf Amsterdam Exchanges het in de VS opkomende fenomeen van ‘Exchange Traded Funds’ ook in Nederland toepassen.
De fiscus hier vond echter dat het creation/redemption proces van ETF’s belast diende te worden. De eerste ETF’s in Europa werden dan ook buiten Nederland uitgegeven. Nederlandse partijen met hun eigen traditionele beleggingsfondsen hadden weinig belang om mee te doen aan deze efficiënte innovatie.
Indexmethodiek
Deze efficiëntie van ETF’s is overigens niet vanzelfsprekend. De meeste ETF’s zijn indextrackers, en tussen de diverse indices zijn beduidende verschillen. Er is niet zoiets als een universele indexmethodiek.
Een index is feitelijk niets anders dan een modelportefeuille met een in meer of mindere mate vastgelegd en transparant beleggingsbeleid. Ten opzichte van stockpicking bij actief beleggen vindt er dus een verschuiving plaats naar keuzes in het gevolgde beleid.
Maar het blijven keuzes, en de efficiëntie van een indextracker is daar direct aan gekoppeld. Door de lagere marges van indextrackers kunnen dergelijke kosten stevig aantikken. Het gaat hier met name om kosten voor aanpassingen van het indexmandje, en om kosten bij verhandeling van de indexmandjes zelf.
Een paar voorbeelden. Wat definieert de index als het beleggingsuniversum? Worden er aan de aandelen in de index liquiditeitseisen gesteld? Wat is de impact van de gekozen aanpassingfrequenties? Hoe efficiënt wordt er omgegaan met aanpassingen voor M&A’s? Tot welke kosten leiden maximeringen van wegingen?
Nog veel te winnen
Uitgevers van indextrackers lijken de mate van indexaanpassingen en van illiquiditeis-exposure nog teveel als een gegeven te zien. Voor de losgelaten expertise van stockpicking is vaak nog niet voldoende index-expertise in de plaats gekomen, wat tot hogere Total Expense Ratio’s leidt.
Er is voor indextrackers nog veel te winnen. Om te beginnen bij de steeds kostenbewustere Nederlandse particuliere belegger – uiteindelijk zal het water toch naar het laagste punt stromen.
Maar ook wanneer uitgevers van indextrackers kritischer gaan kijken naar de efficiency impact van het beleggingsbeleid van de door hen gevolgde indices.
Mark Adema is oprichter van Euronext Indices BV en investment transparency advisor.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.