Het reddingspakket van 750 miljard euro dat de Europese Unie en het IMF vorige week hebben gelanceerd, is niet eerder vertoond.
Het is bedoeld om landen te helpen die in financieringsproblemen komen. Daarnaast zal de ECB overheids- en bedrijfsobligaties opkopen om de vastgelopen obligatiemarkten weer vlot te trekken.
De achterliggende bedoeling van de plannen is om via vertrouwensherstel de rust op de financiële markten te laten terugkeren. Landen die moeite hebben om via de uitgifte van obligaties hun tekort te financieren, kunnen een beroep doen op dit pakket mits er voldaan wordt aan strenge voorwaarden met betrekking tot de sanering van de overheidsfinanciën.
Daarnaast dienen deze overheden de structuur van hun economie zodanig te veranderen dat ze weer concurrerend worden en de overheidsfinanciën in de toekomst minder kwetsbaar.
Zegen
Op de financiële markten is tot dusverre gemengd gereageerd op het reddingspakket. Na een aanvankelijke stijging van de aandelenkoersen op maandag 10 mei was er geen duidelijke richting in de koersen te ontdekken en de euro is per saldo verder gedaald.
De daling van de euro is een zegen voor de economie van de eurozone. Zeker in de probleemlanden zijn er weinig binnenlandse bronnen voor economische groei en zal een verbetering van de concurrentiepositie de helpende hand kunnen bieden.
Hoewel de noodzaak van forse bezuinigingen in vooral Griekenland, Portugal en Spanje de economische groei in de regio enigszins zal drukken is het gewicht van deze landen ook weer niet zo groot dat het herstel, dat sinds de winter weer aan kracht wint, erdoor zal worden gebroken.
Op basis van bovenstaande ontwikkelingen is het gerechtvaardigd om positief te zijn over aandelen als onderdeel van de beleggingsmix. Weliswaar hebben de koersen de afgelopen weken te lijden gehad onder het negatieve sentiment, maar de waarderingen zijn redelijk en de vooruitzichten voor de winstgroei uitstekend.
Opkomende landen
Dat geldt dan in het bijzonder voor de opkomende landen, en dan met name voor die in Azië die amper last hebben van hoge overheidsschulden en waar de economische groei fors is. In deze opkomende regio’s zouden beleggers een overwogen positie moeten aanhouden.
Met betrekking tot obligaties is terughoudendheid op zijn plaats, en dan vooral voor overheidsobligaties. De obligaties van de sterke Europese landen zijn momenteel te duur en die van de probleemlanden — vooral Griekenland en Portugal — zijn te risicovol.
Een overwogen positie in het schulpapier van opkomende landen is daarentegen weer wel op zijn plaats: de risico’s zijn er geringer dan in bijvoorbeeld Zuid-Europa.
Banken
Beleggers kunnen ook positief zijn over de cyclische industrie en de wat defensievere sectoren als gezondheidszorg en niet-duurzame consumptiegoederen.
Vanwege de blootstelling van banken naar Europese probleemlanden, zou deze sector kwetsbaar kunnen blijken te zijn. Een onderweging in de sector is daarom op zijn plaats.
Ben Steinebach is beleggingsstrateeg bij MeesPierson.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.