Han de Jong
Han de Jong

De arbeidsproductiviteit in ons land is in 2024 voor het tweede jaar op rij gedaald, blijkt uit cijfers van het CBS. De daling bedroeg 0,2 procent, na een daling met 1,3 procent in 2023. Dit nieuws haalde de voorpagina’s niet. Onterecht!

Nobelprijswinnaar Paul Krugman heeft eens gezegd ‘productivity isn’t everything, but in the long run it is almost everything’. En zo is het. Ons welvaartsniveau wordt bepaald door hoeveel uren wij gezamenlijk werken en hoeveel we per uur produceren. Als we de levensstandaard van mensen willen verhogen, kunnen we dat doen door meer uren te werken of door productiever te worden. Dat laatste is natuurlijk fijner dan het eerste. Maar kennelijk gaan we al twee jaar op rij de verkeerde kant op.

Als, zoals nu, de arbeidsproductiviteit daalt, moeten we meer uren werken voor behoud van de gezamenlijke welvaart. En dat doen we dan ook. Vooral doordat meer mensen zich op de arbeidsmarkt meldden en daar emplooi vonden, is onze economie vorig jaar, ondanks de dalende arbeidsproductiviteit, iets gegroeid.

Het CBS heeft vorig jaar voorgerekend dat de gemiddelde arbeidsproductiviteit in 2023 vooral daalde doordat de activiteiten in sectoren met een hoge arbeidsproductiviteit krompen. Dat betrof toen vooral de gaswinning. Wat het manco in 2024 was, is nog niet duidelijk. De daling van de productie in de verwerkende industrie, ook een sector met een hoge arbeidsproductiviteit, heeft vermoedelijk een rol gespeeld.

Mijn kapper en die in Nairobi

Mensen die niet in de gaswinning of de industrie werken, denken wellicht dat zulke ontwikkelingen hun niet raken. Dat is onjuist. Ik probeer dat altijd te verduidelijken met het voorbeeld van mijn kapper. Heel veel haar heb ik niet meer, maar het moet wel af en toe geknipt worden. Mijn kapper in Amsterdam doet het keurig. Maar een kapper in bijvoorbeeld Nairobi zou het ook kunnen. Die is ongeveer net zo lang bezig als mijn Amsterdamse kapper en het resultaat is min of meer hetzelfde.

Hoe moeilijk kan het knippen van mijn haar zijn? Die twee kappers zijn dus even productief. Toch heeft mijn Amsterdamse kapper een veel hogere levensstandaard dan die in Nairobi. Dat moet ook wel, want als Nederlandse kappers dezelfde levensstandaard zouden hebben als hun collega’s in Nairobi, zou niemand in ons land kapper willen worden.

Dat kappers bij ons een hogere levensstandaard hebben dan in Kenia ondanks dat ze even productief zijn, komt doordat de meeste klanten van Nederlandse kappers een hogere arbeidsproductiviteit hebben dan de klanten van de kappers in Kenia, waardoor ze een hoger inkomen hebben en zodoende meer kunnen betalen voor een knipbeurt. Zo profiteert iedereen in ons land van de hoge gemiddelde arbeidsproductiviteit.

Het is daarom raar dat nieuws over de dalende arbeidsproductiviteit zo weinig aandacht en al helemaal geen emoties oproept. Niemand voelt er zich voor verantwoordelijk voor, hoewel ‘in the long run it is almost everything’.

Vier suggesties

Ik beveel vier zaken aan. Ten eerste, wees zuinig op sectoren met een hoge arbeidsproductiviteit. Als die uit ons land verdwijnen, is dat beslist geen goede zaak. Ook mijn kapper gaat dat op den duur merken, zij het waarschijnlijk vooral als een ‘opportunity loss’.

Ten tweede, maak bij het invoeren van nieuwe regels, voorschriften, rapportageverplichtingen, etc. altijd een goede afweging tussen het maatschappelijke nut van die regels en de economische kosten in termen van invloed op de arbeidsproductiviteit. En ook: evalueer bestaande regels af en toe in dit perspectief.

Ten derde, maar dat is een open deur: bevorder innovatie. Probeer de efficiëntie in de economie te verbeteren door waar mogelijk activiteiten te automatiseren, productieprocessen te stroomlijnen, de logistiek te verbeteren en, uiteraard, zo veel mogelijk AI in te zetten.

Ten vierde, gegeven hoe belangrijk arbeidsproductiviteit voor onze welvaart is – en gegeven dat niemand zich ervoor verantwoordelijk voelt – verdient het een aanbeveling een ministerie voor productiviteit in te stellen. Maar of een legertje ambtenaren een positievere invloed op de productiviteit zal hebben dan ‘de onzichtbare hand’ vraag ik me dan weer af. Dus misschien toch maar niet.

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Investment Officer over economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No