katja+mali+fotografie+hoge+resolutie.jpg

Recentelijk viel mijn oog op een tiental beurswijsheden die door iemand via Twitter de wereld in werden gestuurd. Opmerkelijk was dat beurswijsheden 7 en 10 dezelfde waren. De boodschap kwam op het volgende neer: ‘Actieve beleggers zijn de leveranciers van de goede (superieure) rendementen van passieve beleggers.’

De persoon in kwestie was een duidelijke voorstander van passief beleggen. Daar is op zich niets mis mee, maar zijn beurswijsheid klopt van geen kant.

De eerste miskleun is de stelling dat de actieve manager voor het rendement van de passieve belegger zorgt. Dit klopt niet. De markt bestaat namelijk uit de som van alle actieve en passieve beleggers. Uit de constatering dat het rendement van passieve beleggers (voor kosten) gelijk is aan dat van de index, volgt dat hetzelfde geldt voor actieve beleggers. 

Zero sum game

Actief beleggen verschilt van passief beleggen doordat het een ‘zero sum game’ is. Wanneer de ene groep actieve beleggers beter presteert dan de index, betekent dit per definitie dat een andere groep actieve beleggers slechter presteert dan de index. De slecht presterende actieve belegger is dus de leverancier van het superieure rendement van de goed presterende actieve belegger. De passieve belegger heeft hier niets mee te maken.

Passieve beleggers dienen actieve beleggers wel dankbaar voor het vervullen van een tweetal economisch nuttige functies. Actieve beleggers zorgen in de eerste plaats voor price discovery. De markten moeten een bepaalde inefficiëntie etaleren, waardoor ze actieve beleggers aantrekken. Deze beleggers kunnen de inefficiënties uitbuiten zodat markten efficiënter worden. Passieve beleggers liften gratis mee op de kosten die deze actieve beleggers maken in dit proces.

De actieve belegger zorgt tevens voor liquiditeit. Liquiditeit wordt gedefinieerd als het vermogen om activa om te zetten in geld en vice versa. Met andere woorden, zonder actieve beleggers is er niemand die koopt of verkoopt, waardoor financiële markten ophouden te bestaan. 

Bovendien beleggen de meeste passieve beleggers helemaal niet passief. De portefeuille van een echte passieve belegger ziet er ruwweg als volgt uit: 

  • Aandelen (37,7%)
  • Onroerend goed (5,3%)
  • Niet-overheidsobligaties (20,9%)
  • Overheidsobligaties (36,1%)

Bovenstaande allocatie geeft het belang weer van de diverse activacategorieën op de wereldwijde financiële markten. Alle andere zelfbenoemde passieve beleggers maken actieve keuzes met passieve instrumenten. Dat is een volstrekt andere activiteit.

Hoezo superieur?

Tenslotte, wordt er in de tweet gerept over het superieure rendement van de passieve belegger. Los van het feit dat een passieve belegger nooit de index kan verslaan, dienen we tevens af te wachten of de gemiddelde passieve belegger wel in de buurt komt van het rendement van de index. Passieve beleggers zijn, net als actieve beleggers, onderhevig aan emotionele beslissingen en irrationeel handelen. Of is er soms een andere reden waarom het handelsvolume van de SPDR S&P 500 ETF dagelijks 9% bedraagt van het totale handelsvolume op de New York Stock Exchange? We zouden inmiddels met z’n allen moeten weten dat emotionele en irrationele beslissingen niet bevorderlijk zijn voor het langetermijnrendement van een belegger.

Actief en passief zijn dus veel minder elkaar’s concurrent dan dat zij zelf denken. Voor sommige beleggers zijn passieve instrumenten de beste oplossing en voor anderen is een actieve beleggingsstijl beter geschikt. Het is echter te hopen voor passieve beleggers dat actieve beleggers een belangrijk deel van de financiële markten zullen blijven uitmaken.

Hans Betlem is chief investment officer bij IBS Capital Management.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No