De beleggingscyclus lijkt de afgelopen jaren beduidend korter te zijn geworden. Het tempo waarin beleggers schakelen tussen risicovolle en risicovrije vermogenstitels kan tegenwoordig eerder in maanden dan in jaren worden uitgedrukt.
Daarbij zijn de correlaties tussen de verschillende vermogenscategorieën duidelijk gestegen, waardoor beleggers in periodes van risicoaversie bijna nergens kunnen schuilen.
Monetaire impuls
Dit zal nog wel een tijd zo blijven. De oorzaak van de verkorte cyclus moet gezocht worden in de veranderde soort medicijnen waarmee het Westen periodes van economische teruggang bestrijdt. Nu de korte rente overal bijna nul is, werkt het middel van de monetaire impuls (renteverlaging) immers niet meer.
Dit gaat pas weer werken als de medicijnkist gevuld is met een aantal renteverhogingen en als de korte rente weer duidelijk boven 2% ligt, iets wat nog jaren kan duren. Ook het andere medicijn — fiscale stimulering — is schaars, aangezien de staatsschulden op dit moment te hoog zijn om belastingverlagingen te rechtvaardigen.
Bij gebrek aan deze twee traditionele middelen, nemen westerse centrale banken hun toevlucht tot een nieuwe methode van stimulering: kwantitatieve versoepeling (QE).
Reële economie
Het laten draaien van de geldpers is een goed smeermiddel gebleken en zolang de extra geldhoeveelheid niet in de reële economie wordt uitgegeven, is het effect op de inflatie minimaal. Een nadeel is echter dat de invloed van QE veel kortstondiger is dan die van de twee traditionele medicijnen. In die zin is QE eerder een drug dan een medicijn.
Gezien het gebrek aan alternatieven zal het gedrag van beleggers waarschijnlijk bepaald blijven door nieuwe rondes van QE en korte cycli. Dit heeft belangrijke consequenties.
Schuldtitels
Ten eerste zullen beleggers bijzonder alert moeten reageren, meer nog dan in het verleden. Het enige alternatief is om een zeer lange beleggingshorizon (minstens tien jaar) te hanteren, waardoor men ten volle kan profiteren van de relatief aantrekkelijke rendementen die aandelen en schuldtitels van bedrijven en opkomende markten bieden.
Ten tweede moet men beseffen dat de correlaties van risicovolle vermogenstitels in perioden van risicoaversie zeer hoog kunnen zijn. In nerveuze markten bestaan weinig schuilplaatsen.
Alleen staatsobligaties van de sterkste landen, effecten van de meest defensieve multinationals en bepaalde grondstoffen zijn een echt veilige haven gebleken.
Risicorspreiding
In deze omgeving is effectieve risicospreiding alleen mogelijk als ook staatsobligaties met een lage rente aangehouden worden. Niettemin kan het nog zeer lonend zijn om risico’s te nemen.
Want risicovolle vermogenstitels bieden naast een relatief aantrekkelijk rendement vaak een zekere bescherming tegen inflatie, voor degenen die daarvoor vrezen. Ik deel die angst nog niet.
Ad van Tiggelen is senior strateeg van ING Investment Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.