Europese aandelen hebben een rampzalig derde kwartaal achter de rug, met een terugval van bijna 17 procent.
Die daling komt niet onverwacht, gelet op de groeiende kansen op een recessie in de eurozone en het Verenigd Koninkrijk. Want zelfs bij een milde recessie dalen de bedrijfswinsten in 2012 met ten minste 5 à 10 procent.Beleggers lopen hier nu al grotendeels op vooruit, maar de aanhoudende onzekerheid rond de eurocrisis maakt dat met veel scenario’s rekening wordt gehouden.
Hoe moeten beleggers in Europese aandelen met deze omstandigheden omgaan? Ten eerste moeten zij zich realiseren dat veel ondernemingen als gevolg van de eurocrisis moeite hebben om voldoende toegang te verkrijgen tot bankkrediet.
Dat geldt vooral voor kleinere en middelgrote ondernemingen. Bovendien valt het deze bedrijven nu ook zwaarder om zich te financieren via de bedrijfsobligatiemarkten, waar het aantal nieuwe emissies en de handelsvolumes scherp zijn gedaald. Multinationals hebben op dit gebied veel minder problemen.
Ten tweede lijkt Europa minder goed gepositioneerd dan Noord- en Zuid-Amerika of Azië om zich aan te passen aan een geglobaliseerde en competitieve wereld. Met name in de zuidelijke landen is de arbeidsmarkt meer rigide, vormt de pensioenvoorziening een zwaardere belasting en zijn de vakbonden machtiger.
Aan koopkracht inboeten
In het verleden werden deze drie relatieve minpunten aan het oog onttrokken door de zogeheten ‘credit super cycle’: de overvloedige beschikbaarheid van goedkoop geld. Maar gezien de huidige hoge schuldenlast en het feit dat de politieke eenheid (in de eurozone) ver te zoeken is, zullen Europese burgers vanaf nu waarschijnlijk aan koopkracht gaan inboeten. Wereldwijd georiënteerde Europese bedrijven zullen daar minder last van hebben dan op eigen land gerichte ondernemingen.
Ten derde worden de solvabiliteits- en liquiditeitspositie van ondernemingen steeds belangrijker in een omgeving waarin het verkrijgen van financiering steeds moeilijker wordt. Ondernemingen met een sterke balans en het vermogen een stabiele vrije kasstroom te genereren zijn voor de continuïteit van hun bedrijfsvoering minder afhankelijk van banken en financiële markten.
Dat bedrijfsprofiel komt het vaakst voor bij grote, goed gediversifieerde ondernemingen in sectoren met een niet al te cyclisch karakter.
Defensieve multinationals
Dit alles overziende, is het niet vreemd dat defensieve multinationals op de beurs de laatste tijd beter presteren dan kleinere fondsen. Voorlopig blijft dit ook zo. Voor de komende periode moeten beleggers grootschalig blijven denken en zich richten op hoofdfondsen met een robuuste balans en een fors dividendrendement.
‘Grootschalig denken’ blijft nog lang het credo, zeker zolang veel politici en vakbondsleiders daar van hun kant nog niet toe in staat toe blijken te zijn.
Ad van Tiggelen is senior strateeg van ING Investment Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.