Na zes weken van opstand in de Arabische wereld, lijkt het onwaarschijnlijk dat de rust snel zal weer keren.
De roep om meer openheid en een betere verdeling van economische kansen zal niet zomaar verzwakken. De eisen zijn niet alleen legitiem, ze zijn ook effectief gebleken, niet alleen in Tunesië en Egypte, maar ook in al die andere landen waar ministers zijn vervangen en economisch beleid is aangepast.
De druk zal blijven toenemen op de regimes die het minst toegeeflijk zijn geweest. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat op de korte termijn de olieprijs een duidelijk dalende trend zal inzetten.
Voor aandelenmarkten in de opkomende wereld is de hoge olieprijs een duidelijke ‘game changer’. Een kleine groep landen van olie-exporteurs buiten het instabiele Midden-Oosten profiteert: Rusland is met afstand de belangrijkste.
Olie-importeurs
De veel grotere groep van olie-importeurs heeft in verschillende mate last van de stijgende olieprijs: de landen met grote tekorten op de lopende rekening, zoals Turkije en India, voelen veel meer druk dan de landen met een betere externe positie.
Het is opmerkelijk te noemen dat Turkije en India, twee landen met meer verschillen dan overeenkomsten, in de laatste weken bijna een identieke aandelenmarktperformance hebben laten zien.
Dit geeft aan hoezeer beleggers zich recentelijk hebben laten leiden door ontwikkelingen in de olieprijs. Een stijgende olieprijs is ook een probleem voor de groep van opkomende markten die al sinds vorige zomer last heeft van hoge voedselprijsinflatie.
Hogere energieprijzen zorgen voor meer opwaartse druk op voedselprijzen via hogere productiekosten, hogere transportkosten en via een stijgende productie van biobrandstoffen.
Inflatie
Dit betekent dat voedselprijsinflatie voorlopig niet scherp kan dalen. Het algemene inflatieprobleem zou hierdoor langer kunnen aanhouden. Autoriteiten in de landen die hiervoor het gevoeligst zijn, met name in Azië, worden gedwongen tot meer maatregelen om de inflatiedruk te verlagen.
Dit zal in toenemende mate gebeuren door hogere energie- en voedselsubsidies. Het voorbeeld van het Midden-Oosten, waar stijgende voedselprijzen de aanleiding waren voor de opstanden, maakt autoriteiten overal in de wereld sneller geneigd de subsidiekraan open te draaien.
En om te voorkomen dat de rente flink verhoogd moet worden, is het waarschijnlijk dat er ook meer ruimte zal komen voor de appreciatie van valuta.
Onlangs, toen de Indonesische monetaire autoriteiten besloten de rente niet te verhogen, verklaarden ze nadrukkelijk dat ze ruimte zagen voor appreciatie van de rupiah.
In China, waar de inflatiedruk een toenemende zorg is, zou men weleens kunnen besluiten het huidige tempo van appreciatie van de renminbi, van 7 procent op jaarbasis, te verhogen. Dit zou tot een nieuwe golf van valuta-appreciatie in Azië kunnen leiden.
Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg opkomende markten bij ING Investment Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.