slijkerman.png

Door nieuwe regels worden banken en verzekeraars steeds veiliger.

Financiële instellingen moeten meer eigen vermogen aanhouden om verliezen op bijvoorbeeld beleggingen op te vangen.

Beleggingen in obligaties uitgegeven door banken en verzekeraars worden hierdoor op termijn veiliger. Voor de bedrijfsobligatiemarkt zijn er mogelijk problemen.

Doordat verzekeraars zeer hoge buffers moeten aanhouden voor obligatiebeleggingen met meer risico zijn deze beleggingen vaak niet meer aantrekkelijk voor ze. Mogelijk beleggen deze instellingen daarom op termijn niet meer in deze obligaties.

Renteopslag
Ook wanneer de renteopslag voor bedrijven fors toeneemt zijn obligaties van risicovolle bedrijven niet aantrekkelijk meer. De directievoorzitter van Deutsche Bank heeft al gewaarschuwd voor toenemende kosten van leningen voor bedrijven door nieuwe regulering.

De obligatiemarkt in Europa is vergeleken met de Amerikaanse klein en komt pas sinds kort tot wasdom. Dit geldt vooral voor obligaties met een wat hoger risico, waarin in Europa pensioenfondsen en verzekeraars belangrijke beleggers zijn.

Voor de economische groei is het belangrijk dat ook deze bedrijven risico blijven nemen, terwijl het juist voor deze bedrijven vaak moeilijk is financiering te verkrijgen. Ook wanneer de kredietwaardigheid van solide bedrijven door tegenslag verlaagd wordt, is een kapitaalmarkt voor risicovolle obligaties zeer belangrijk.

Nieuwe toezichtregels
Verzekeraars en pensioenfondsen zijn belangrijk voor de obligatiemarkt, omdat ze voor de lange termijn krediet verschaffen. Nieuwe toezichtregels (de Solvency 2 voorstellen) maken dit moeilijker.

Onder deze regels moeten verzekeraars meer vermogen aanhouden voor risicovolle obligaties. In veilige ‘investment grade’ bedrijven kan je vaak zonder omkijken beleggen en de buffers die toezichthouders vragen vallen mee. Dit is anders voor een bedrijf dat net geen ‘investment grade’ rapportcijfer meer heeft.

De kredietbeoordelaars houden bij hoe vaak dergelijke bedrijven failliet gaan. Van de obligaties met een ‘BB’ kredietbeoordeling ging jaarlijks maximaal 4,2 procent failliet (in 1982). Verzekeraars moeten onder de nieuwe voorstellen voor deze beleggingen echter 22,5 procent eigen vermogen aanhouden voor obligaties met een looptijd van 6 jaar.

Dit houdt in dat verzekeraars een buffer moeten aanhouden die meer dan vijf keer zo groot is als het grootste historische verlies. Dit komt doordat toezichthouders ervan uitgaan dat de marktwaarde tussentijds kan dalen. Om kredietverliezen op te vangen kan de buffer echter veel lager zijn.

Absurde regels
De regelgeving heeft gevolgen voor beleggers. Op korte termijn zal er weinig veranderen. De nu uitstaande  obligaties zijn voor een deel afgelost als de voorstellen ingevoerd worden. Op de lange termijn zullen verzekeraars echter niet meer in risicovollere obligaties beleggen, omdat de kosten van het kapitaal niet goed gemaakt kunnen worden.

Als de eisen aan pensioenfondsen ook strenger worden, zijn de enige kopers nog de beleggingsfondsen voor high yield bedrijfsobligaties. De toekomst van de Europese kapitaalmarkt zou zo mooi kunnen zijn zonder absurde regels.

Jan Frederik Slijkerman is belegger high yield obligaties bij Aegon Asset Management.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.

 

Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No