De laatste weken zijn de opkomende economieën niet meer in trek bij beleggers. Er verschuiven beleggingen van Azië naar de Verenigde Staten, omdat er verwacht wordt dat de groei in de VS aantrekt.
Op lange termijn zijn de vooruitzichten voor Azië echter voortreffelijk, gegeven de grote bevolking die steeds rijker wordt. Telt Europa op termijn eigenlijk nog mee? Met 497 miljoen inwoners is de EU-27 voldoende groot om zich te meten met China, India en de VS.
Er zijn drie factoren die op lange termijn de economische groei dragen: de beschikbaarheid van arbeid en van kapitaal, plus de productieve aanwending van beide. Hoogleraar Dale Jorgenson van Harvard heeft een interessant onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van deze factoren en doet op basis hiervan voorspellingen. Het onderzoek biedt perspectieven voor Europese beleidsmakers.
Japan en Oost-Europa
Wat hebben Japan en Oost-Europa bijvoorbeeld met elkaar gemeen? Na de val van de muur kromp het arbeidsaanbod in Oost-Europa licht, in Japan nam de beroepsbevolking niet toe door de vergrijzing. Toch groeide de economie in beide gebieden. Dit werd veroorzaakt door productiviteitsverbeteringen en investeringen in kapitaal.
Italië is een ander opmerkelijk voorbeeld. Ook deze economie liet groei zien, maar juist door een toename van arbeid en kapitaal. Merkwaardig genoeg is het land minder productief geworden.
China en India
Vrijwel alle economische ogen zijn nu gericht op China en India. Het is bekend dat deze landen een zeer grote bevolking hebben. Wanneer deze bevolking de westerse productiviteit verkrijgt, zal hun aandeel in de wereldeconomie fors toenemen. Het aandeel van de VS in de wereldeconomie neemt dan ook fors af, maar minder hard dan dat van Duitsland en Frankrijk.
Van de drie factoren wordt de uitdaging voor Europa om alle arbeid volledig te benutten en de kwaliteit ervan te verbeteren door bijvoorbeeld onderwijs. Het is voor de Europese overheden moeilijk om de bevolking te laten groeien of om de kapitaalgoederenvoorraad toe te laten nemen als elders in de wereld de economische rendementen hoger zijn.
Amerika en Duitsland
De weg naar meer welvaart is dus een hogere productiviteit door meer innovatie. Amerika en Duitsland zijn ons voorbeeld. Opvallend is dat de Europese landen die nu in de problemen zitten laag scoren op het gebied van concurrentiekracht.
In het concurrentiekrachtlijstje staan Zwitserland, Zweden, Denemarken, Finland, Duitsland en Nederland in de top tien, terwijl Griekenland op plaats 71 staat en Italië plek 48 bezet.
De EU moet met geloofwaardige maatregelen de Europese economische dynamiek verbeteren en voor bedrijven en burgers perspectief bieden. Tot die tijd kunnen beleggers de middenweg kiezen door in Europese bedrijven te beleggen met goede marktposities in Azië.
J.F. Slijkerman is belegger high yield obligaties bij Aegon Asset Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.