Financiële instellingen spreken steeds vaker de wens uit door duurzame beleggingen mee te willen werken aan een betere wereld.
In de zuiverste vorm heet dit ‘impact investing’, waarbij pensioenfondsen en verzekeraars het vermogen verschaffen voor investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur, ouderdomsvoorzieningen en duurzame energie.
Beheerafspraken echter beperken soms de mogelijkheden voor grote beleggers.
Idealiter wordt impact investing binnen de huidige beheerafspraken uitgevoerd en is er een groot aanbod van beleggingsmogelijkheden.
Geen gestandaardiseerde beleggingscategorieën
De afspraken staan in beleggingsmandaten die de beheerder met de eigenaar van de gelden afspreekt. Investeringen in bosbouw en duurzame energie zijn relatief lastig in bestaande mandaten in te passen aangezien het vaak nog geen gestandaardiseerde beleggingscategorieën betreft.
Mandaten kennen bijvoorbeeld afspraken over de spreiding van beleggingen over regio’s en bedrijven, de kredietwaardigheid en de verhandelbaarheid van belangen. In het geval van staats- en bedrijfsobligaties is er vaak een minimum omvang van de totale lening en een maximum aan de blootstelling.
Solvabiliteit
Er gelden daarnaast stringente eisen op het gebied van solvabiliteit voor levensverzekeraars waardoor ze eigen vermogen als buffer moeten aanhouden voor investeringen. Het rendement op een obligatie moet voor een minimum rendement op het eigen vermogen zorgen, zodat de verzekeraar gezond blijft.
Hoewel afhankelijk van de rendementseisen zijn er bedrijven waarin financiële instellingen kunnen beleggen binnen bestaande portefeuilles: Statkraft (Noorse waterkracht centrales), Priory (ziekenhuizen in het Verenigd Koninkrijk), Fresenius (nierdialyse en ziekenhuizen uit Duitsland) en eventueel tolwegen zoals Autoroutes du Sud in Frankrijk en Abengoa (Spaanse duurzame energie).
Wereldbank
Ook op duurzaamheid gerichte obligaties die de Wereldbank wil uitgeven komen mogelijk in aanmerking voor vastrentende portefeuilles.
Het grootste probleem is dat sommige investeringen die een duurzame samenleving bevorderen zonder subsidie niet winstgevend zijn. Hierdoor loopt de belegger mogelijk het risico op verlies wanneer de overheid subsidies afschaft.
Het is bijvoorbeeld aardig om te zien dat de obligatie van Statkraft een rendement van 3 procent heeft tot 2017, terwijl Abengoa boven de 10 procent rendeert tot 2016. Dit komt ook doordat de Spaanse economie slecht draait, Abengoa subsidies ontvangt en het bedrijf veel geleend heeft.
Private equity
Naast investering in obligaties zijn er ook bijvoorbeeld private equity-fondsen die zich op vergrijzing of schone technologie richten. Echter, sommige verzekeraars maken de keuze geen grote belangen in private equity op te bouwen, omdat deze beleggingen relatief risicovol zijn en er relatief veel eigen vermogen tegenover moet staan.
Zolang niet alle bedrijven duurzaam zijn, kunnen beleggers met bedrijven bespreken hoe zij hun bedrijfsmodel duurzamer kunnen maken.
Daarnaast is duurzaamheid relevant bij de beoordeling van investeringen binnen bestaande mandaten. Als financiële instellingen echter echt een vuist willen maken voor duurzame investeringen kunnen ze ook aparte mandaten opzetten.
J.F. Slijkerman is belegger high yield obligaties bij Aegon Asset Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen