Recentelijk is er veel aandacht voor micro-krediet. Met dit krediet worden ondernemers ondersteund die moeilijk aan krediet kunnen komen in Azië en Afrika.
De ECB wees recent op de moeizame kredietverlening in Zuid-Europa. Wellicht kunnen institutionele beleggers de kredietverlening daar op gang brengen met behulp van voor microkrediet ontwikkelde beleggingsinstrumenten.
In arme landen hebben lokale ondernemers krediet nodig om investeringen te doen. Microkrediet blijkt een succesvolle manier om de economische ontwikkeling van deze landen te bespoedigen.
De ondernemer ontvangt een lening, welke met rente terugbetaald wordt. Dit is een interessante manier om de economie te ontwikkelen. Krediet wordt immers aangevraagd door mensen die nuttige investeringen doen en de lening waarschijnlijk terugbetalen. Ook voor kredietverstrekkers is het interessant, aangezien de leningen een fatsoenlijk rendement hebben en de betalingsmoraal vaak goed is.
Lokaal verstrekt
Omdat het bij kredietverlening belangrijk is dat de bank de klant kent, wordt krediet lokaal verstrekt. Dit beperkt wanbetalingen.
Ook speciale microkredietverleners uit Nederland zijn actieve financiers. Via speciale fondsen kunnen ook institutionele beleggers in Nederland een rol spelen, hoewel ze niet altijd in ontwikkelingslanden gevestigd zijn. Zij kunnen krediet verstrekken aan lokale spelers, die dan weer microleningen verstrekken aan lokale ondernemers.
Deze kunnen dan investeren in zaaigoed, een weefgetouw of andere productiemiddelen. Ontwikkelingsorganisaties en overheden hebben hierin een rol. Zij stellen het risicodragend vermogen beschikbaar, omdat het niet de bedoeling is dat er verlies wordt geleden op de leningen die institutionele beleggers verschaffen. Het eventuele verlies (of de extra winst) is voor de aandeelhouder of de ontwikkelingsorganisaties.
Zuid-Europa
Ook in Zuid-Europa zijn er op dit moment problemen met de kredietverlening. Ondernemers hebben door de bankencrisis moeite om krediet te krijgen voor investeringen. Omdat de grote beleggers hevig hebben moeten bloeden voor beleggingen in Griekse staatsleningen, beleggen zij momenteel nauwelijks in Zuid-Europa. Minister Dijsselbloem heeft al aangegeven dat leningen aan banken in Zuid-Europa niet veilig zijn wanneer de banken failliet gaan. Institutionele beleggers zijn dus voorzichtig met investeringen in banken.
Toch kan de kredietverlening aan Zuid-Europa weer op gang komen. Op dezelfde manier als er krediet verstrekt wordt aan ondernemers in Azië en Afrika, zouden er ook fondsen kunnen komen voor Zuid-Europa. Ontwikkelingsinstellingen in de periferie kunnen hiermee leningen aan lokale ondernemers verstrekken.
Ook zouden banken een rol kunnen spelen. De te financieren leningen aan bedrijven moeten dan wel afgescheiden zijn van de oude bankbalansen en er moet een geloofwaardig kredietcomité zijn dat de kwaliteit van de leningen beoordeelt. Er zijn vast institutionele beleggers die willen participeren met obligaties. Zolang maar duidelijk is dat hun krediet niet geconfisqueerd wordt.
Jan Frederik Slijkerman is Senior Credit Analist bij Aegon Asset Management.