Jan Vergote
Jan Vergote

Europa wil zijn industrie opnieuw op de kaart zetten. Niet met slogans, maar met miljardeninvesteringen, snellere vergunningen en strategische voorwaarden voor wie meedoet. Voor beleggers ontstaat daarmee een nieuwe kaart van winnaars: van industriële automatisering tot infrastructuur en decarbonisatie.

Na een gesprek met de financieel directeur van een Europees industrieel bedrijf tijdens een twee uur durende trage looptraining, onthoud ik vooral de vele opportuniteiten, gelinkt aan beleggen in Europese industriële bedrijven. Veel daarvan blijven vandaag onderbelicht. 

1. Industrial Accelerator Act in de maak: een samenvatting

Men kan stellen dat het om een ambitieus Europees initiatief gaat, gericht op investeringen sneller en efficiënter naar de Europese industrie te brengen, projectvooruitgangen te versnellen (denk aan vergunningen) en duurzaamheid (zoals de groene transitie) te bevorderen, dit alles gekoppeld aan strategische voorwaarden. 

Met deze Act wil men de Europese industrie competitiever en groener maken. De wetgeving is nog in ontwikkeling, maar we krijgen nu al een beeld van de Europese bedrijven en sectoren die kunnen profiteren en waarom. De EU-maatregelen steunen immers niet alleen de directe producenten van Clean Tech, maar zijn ook een bijdrage voor bedrijven die diensten en infrastructuur aanbieden die de groene transitie stimuleren. Maar we maken eerst een tussenstap naar donkere fabrieken.

2. Dark Factory, of hoe competitiviteit verbetert

De term verwijst naar een industry 4.0 concept, ook wel de vierde industriële revolutie genoemd. Het slaat op de verregaande digitalisering en automatisering van de industrie, waarbij machines, systemen en producten met elkaar verbonden zijn via het internet en data-uitwisselingen. Fabrieken die grotendeels of helemaal werken zonder mensen op de werkvloer, die volledig autonoom draaien met robots, AI, sensoren en IoT. Men spreekt van dark omdat het in theorie zonder verlichting functioneert. De voordelen ervan zijn legio: hoge loonkost wordt uitgeschakeld (bijvoorbeeld voor nachtarbeid), er wordt 24 op 7 geproduceerd (wat de vaste kosten per eenheid verlaagt) en er zijn minder menselijke fouten en er wordt sneller geschakeld indien er toch fouten optreden (via AI tussenkomst); men spreekt van smart factories.

3. Aan welke bedrijven denken we dan?

Laat me enkele voorbeelden geven van Europese dark factories. Siemens heeft in Amberg (Duitsland) een hyper geautomatiseerde productielocatie. Men maakt er meer dan 1.200 verschillende producten met een zeer hoge automatiseringsgraad. Philips heeft in Drachten (Nederland) een fabriek waar elektrische scheerapparaten worden geproduceerd met een robot-over-mens ratio van 128 robots tegenover 9 mensen. De fabriek werkt grotendeels autonoom met geavanceerde robotcellen en AI-gestuurde onderhoudssystemen, een hybride darkfactory-model.

Wanneer we spreken over aanbieders van robots of automatiseringstools dan komen we bijvoorbeeld terecht bij bedrijven als ArcelorMittal (bouw van laadpalen en infrastructuurwerken voor transport- en klimaatinfrastructuur), ABB (AI-oplossingen voor fabrieksautomatisering) en Siemens Digital Industries (software platformen voor industry 4.0).

Grote bouw- en infrastructuurbedrijven kunnen van de herziening van Europese aanbestedingsregels profiteren, aangezien Europese herkomst belangrijker wordt. Hierdoor kunnen ze beter concurreren bij publieke infrastructuurprojecten in de EU, vooral projecten die gericht zijn op energie-efficiëntie, hernieuwbare energie of decarbonisatie. Deze engineering-bedrijven hebben indirect ook voordeel via partnerschappen met producenten, netbeheerders en lokale overheden. Belangrijk te vermelden is dat de opgebouwde expertise binnen die bedrijven aanwendbaar is bij andere privé-investeringen, zowel bij grote multinationals als bij kleine en middelgrote bedrijven. Een voorbeeld van een dergelijk bedrijf is Vinci, dat multi-segment en multi-sectoren haar diensten aanbiedt. 

Door de focus van IAA op versnelde decarbonisatie en infrastructuur-modernisering komen tenslotte bedrijven naar de voorgrond die installaties en systemen optimaliseren die nodig zijn voor industriële omgevingen energiezuiniger te maken. We denken ook aan hulp bij robotisering, elektrificatie en vermindering van CO2. Andere voorbeelden van een dergelijk bedrijf zijn SPIE (netverzwaring en digitale industriële diensten en infrastructuurprojecten) of Bouygues Energie & Services (smart buildings, fabrieksinfrastructuur).

4. Welke vooruitzichten voor de belegger in de Europese industrie?

De Europese economie blijft groeien, maar trager dan gewenst. De hoge energieprijzen, de handelsspanningen en de geopolitieke risico’s blijven wegen op het investeringssentiment. Zo is het Duitse ondernemersvertrouwen in januari niet verbeterd (IFO) en suggereert voorlopig ook weinig dynamiek. Wanneer we de Duitse locomotief bekijken, zien we een stabilisatie in de export en sommige economische analyses wijzen op een voorzichtig herstel. Deutsche Bank schrijft overigens dat de Duitse economie dit jaar aanzienlijk zal herstellen. En de beurs kijkt vooruit.

De Europese beleidspakketten die nu voorbereid of in gang gezet worden, moeten de Europese economie versterken. Programma’s zoals InvestEU (investeringshulp voor innovatie, infrastructuur, industrie en groene transitie), EU-budget & Competitiveness Fund (stimuleren onderzoek digitale en groene technologie), Competitiveness Compass (start-up strategie en kapitaaltoegang), SMR ((Single Market Reforms) moet overregulering wegnemen ten voordele van KMO’s) zijn zaken die in de startblokken staan om onze industrie te ondersteunen. Wegblijven van de Europese industriële bedrijven is geen optie.

Jan Vergote is onafhankelijk financieel consultant en analist.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No