Ondanks het enthousiasme over AI en de Amerikaanse economie, zijn er minstens vier vraagtekens te plaatsen rond dat optimisme. Het verleden leert dat een technologische innovatie, zoals artificiële intelligentie vandaag, niet altijd tot een periode van economische groei leidt.
Twee voorbeelden zijn illustratief voor het technologisch optimisme. In een strategische shift die haar digitale focus moet tonen, koos supermarktketen Walmart voor een notering op de Nasdaq-100 index. Met een koers op verwachte winst van 43 - of een stijging met bijna 30 procent in drie maanden tijd - doet dit toch wenkbrauwen fronsen. Autobouwer Tesla noemt zich dan weer voortaan ‘a physical AI company’ en blijft, ondanks de terugval in inkomsten, aan stratosferische prijzen noteren. Neemt de belegger hier zijn wensen niet voor werkelijkheid?
Lessen uit het verleden
Recent beluisterde ik de webinar van futuroloog Laurent Alexandre en economist Olivier Babeau (‘Ne faites plus d’études, Apprendre autrement à l ère de l’IA’). Ietwat provocerend stellen ze dat de meeste studies geen zin meer hebben, want AI zal alles beter doen dan de mens. Wanneer men toch iets nuttigs wil studeren, dan is het geschiedenis, is hun stelling.
Ik heb hun advies ter harte genomen en een hoofdstuk over financiële crashes opnieuw doorgenomen (Trade wars are Class Wars van Klein en Pettis). Ze verwijzen naar de eerste wereldwijde kredietboom (1820). Een overvloed aan kapitaal zocht naar beloftevolle investeringen, zoals het bouwen kanalen, tunnels, bruggen en wegen.
Ook toen sprak men van technologische innovaties, zoals de tram of het stoomschip. Er zou meer internationale handel zijn en meer groei. Maar het tegendeel bleek waar: het leidde tot oorlogen en instabiliteit. Het monetaire beleid speelde daarbij een grote rol: wanneer dit restrictiever werd, versnelde dit de neergang. De hogere rente deed veel projecten kapseizen.
Vier gevaren liggen op de loer
Gevaar 1: return on AI-investments – realiteit of fictie?
Strategisch adviseur Tera Allas van McKinsey stelt dat ze vorig jaar geen hoge AI-productiviteitsgroei in de Britse data terugvond. Microsoft-CEO Satya Nadella zegt dat we dringend een veralgemening moeten zien van de positieve resultaten bij het gemiddelde bedrijf, want anders zullen de investeringen niet gerentabiliseerd kunnen worden. En dan riskeren we een bubbel, zegt Allas.
Volgens Boston Consulting Group verwacht 90 procent van wereldwijde CEO’s een meetbare return op hun AI-investeringen en 62 procent heeft vertrouwen in de opbrengst van de technologie. Jonathan Haskel, de Britse hoogleraar economie, verwacht op basis van historisch onderzoek dat AI tot de helft van de verwachte productiviteitsgroei kan bijdragen.
Ik hoop dat dit het geval wordt. Toch blijft het een dubbeltje op zijn kant. De concurrentie wordt in elk geval bikkelhard. Anthropic (met Claude Opus 4.6 en Cowork open source) is er maar een voorbeeld van. Zonder China te vergeten.
Gevaar 2: overconfidence
De notie overconfidence uit zich in de zeer hoge correlatie tussen de resultaten van hedgefondsen vorig jaar en de MSCI World resultaten (0,98). Dat is het hoogste cijfer in vijf jaar, volgens een studie van BNP Paribas en suggereert dat hedgefondsen vorig jaar bijna één op één mee bewogen met de brede aandelenmarkt. Het verleden leert ons dat marktverkopen versterkt worden in periodes van hoge correlatie.
Gevaar 3: dollar, quo vadis?
Recent schreef auteur en journalist Paul Blustein in de Financial Times dat de dollar de dominante wereldmunt zal blijven. Toch zijn er tekenen van verval: ik verwijs naar de recente Kazan declaration, waar de creatie van een onafhankelijk betaalsysteem rond de nationale munten van de Brics-landen in de schijnwerpers stond. Ze zoeken naar een systeem om zich te beschermen tegen verdere sancties vanuit de VS.
Ondertussen is er het CIPS (Chinese Interbank Payments System), opgestart voor renminbi-handel en cross-border betalingen. Verder hebben we de mBridge, een mechanisme gebaseerd op digitale technologie via blockchain, waarop CBDC’s gebruikt kunnen worden en zo het klassieke banksysteem omzeilen.
Misschien zitten we veel dichter bij een scharniermoment voor de dollar dan velen denken. Sommige fondsbeheerders - denk aan Amundi - en Deense pensioenfondsen - bijvoorbeeld PFA - bouwen hun dollarposities alvast af.
Gevaar 4: inflatie als potentiële spelbreker
Het leven voor de gemiddelde Amerikaan wordt steeds duurder. Zo steeg de elektriciteitsprijs met 11,5 procent vorig jaar. Ook dit jaar verwacht men stijgingen van dezelfde grootte. De energievraag van datacentra speelt hier een grote rol). Runds- en kalfsvlees worden verwacht met 10 procent te stijgen dit jaar.
Vorig jaar daalde de dollar met 10 procent ten opzichte van zijn voornaamste handelspartners: het invoeren wordt duurder. We weten ondertussen dat de opgelegde tarieven grotendeels door de Amerikaanse consument worden betaald.
Het risico dat de inflatie dit jaar een probleem wordt, is groter dan velen denken, afgaande op de Citi Economic Surprise-index en de recente jobcreaties. En laten we ook een mogelijke besmetting vanuit het land van de rijzende zon niet vergeten na de overwinning van premier Takaichi.
Indien de economie toch onverwachts zou vertragen, stelt zich een ander potentieel probleem, namelijk stagflatie.
Besluit?
Ik laat de AI-euforie aan mij voorbijgaan. Ik blijf onderwogen op de Amerikaanse en de AI-markt.
Jan Vergote is onafhankelijk financieel consultant en analist.