degraaf.png

Er zijn veel boeken geschreven over bearmarkten, en uiteraard gaan veruit de meeste over de bearmarkt van 1929 tot 1932 die de grote depressie inluidde.

De meeste andere bearmarkten worden over het algemeen slechts zijdelings benoemd. Dit hiaat wordt door ‘Anatomy of the Bear; Lessons from Wall Street’s Four Great Bottoms’ van Russell Napier opgevuld.

In dit boek worden ook de bearmarkten van 1896 tot 1921, van 1937 tot 1949 en van 1966 tot 1982 behandeld. De vier bearmarkten worden uitgebreid met elkaar vergeleken en hieruit trekt de auteur een aantal interessante conclusies.

Methodologie
Als maatstaf voor het bepalen van de bodem van een bearmarkt gebruikt de auteur de q-ratio. Deze ratio geeft de verhouding weer tussen de marktwaarde van activa en de vervangingswaarde van dezelfde activa. Hoe lager de q-ratio, hoe aantrekkelijker de waardering van aandelenmarkten.

De vier grote bearmarktbodems hebben met elkaar gemeen dat de q-ratio tussen de 0,27 en 0,3 keer lag. Dit betekende dat de beurs ongeveer drie keer zo goedkoop was als wat dezelfde activa nieuw zouden kosten. Russell Napier heeft 70.000 artikelen uit de Wall Street Journal bestudeerd die tussen zes maanden voor en zes maanden na deze bodems zijn gepubliceerd. Dit in de hoop parallellen te vinden die indiceerden dat de bodem nabij was.

1929 – 1932
Een van de lessen uit het boek is dat de bearmarkt van 1929 – 1932 veel verschilt van de andere drie bearmarkten. Aandelen worden normaal gesproken heel langzaam goedkoop. Gemiddeld duurde dit negen jaar en exclusief de bearmarkt van 1929 – 1932 zelfs 14 jaar. Dit maakt 1929 – 1932 atypisch.

Daarnaast groeide de economie gestaag gedurende de andere drie bearmarkten. Deze drie werden ingeleid door hoge inflatie (gevolgd door deflatie), terwijl de bearmarkt van 1929 – 1932 voorafgegaan werd door een relatief vlakke prijspeilontwikkeling. De bearmarkten eindigden alle vier, nadat sterke prijsdeflatie overging in prijsstabiliteit. Vooral stabiliserende grondstofprijzen zijn hier een goede indicator van en met name de koperprijs.

Goed nieuws genegeerd
Een andere les uit het boek is dat het idee dat er op de bodem van de markt alleen maar slecht nieuws is, een fabel is. Uit de 70.000 bestudeerde artikelen blijkt dat toenemend goed economisch nieuws simpelweg wordt genegeerd.

De auteur geeft nog een uitgebreide opsomming met andere tactische indicatoren die kunnen wijzen op het einde van een bearmarkt. Denk onder meer aan stijgende autoverkopen, dalende rentes, dalende aandelenprijzen op lage volumes en stijgende prijzen op hoge volumes.

Belangrijke hiaten

Naar mijn mening zou elke actieve belegger (dus de belegger die de efficiënte markthypothese afwijst) een amateurgeschiedkundige van de kapitaalmarkten moeten zijn. Dit boek vult wat dat betreft voor mij een aantal belangrijke hiaten op.

Ondanks de niet al te vlotte schrijfstijl van het boek (Brits Engels en soms vrij theoretisch), slaagt hij voor mijn belangrijkste test met vlag en wimpel. Ik ga hem over een jaar nog een keer lezen.

Joost de Graaf is senior portfolio manager van het hoogdividendaandelenteam van Kempen Capital Management.

De Graaf schrijft op persoonlijke titel recensies over een voor professionele beleggers relevant boek.

De informatie in deze book review dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.

 

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No