dijkstra.png

De hyperinflatie in Duitsland, de Grote Depressie in de Verenigde Staten en de langdurige deflatie in Japan zijn alle drie het resultaat van historische beleidsblunders met catastrofale uitkomsten als gevolg.

In al deze gevallen ontaardde een tijdelijke economische neergang door verkeerde beleidsbeslissingen in een langdurige economische depressie.

Vandaag de dag bevinden de mondiale centrale bankiers en regeringsleiders zich op glad ijs. Zij zijn te vergelijken met alpinisten die op een glibberige bergrichel op weg zijn naar de top.

Links van hen een oneindig gapend deflatieravijn, rechts een evenmin prettig inflatieravijn. Een verkeerde stap van een van hen heeft potentieel rampzalige gevolgen. En vooral in Europa is het risico van beleidsfouten levensgroot. Er zijn twee (potentiële) blunders in de maak.

Onjuiste analyse
Ten eerste hebben de regeringsleiders een onjuiste analyse gemaakt van de oorzaak van de eurocrisis. De te hoge schulden in de perifere landen zijn niet de oorzaak maar het gevolg van de crisis. De conclusie van de laatste eurotop dat een fiscale unie de oplossing zal brengen is daarom onjuist.

Natuurlijk kan een monetaire unie uiteindelijk niet zonder een fiscale unie met vergaande overdracht van bevoegdheden. De hoge schulden zijn echter het gevolg van een veel dieper probleem, te weten de sterk toegenomen verschillen in de concurrentiepositie tussen de eurolanden.

Uiteraard was dit bij de start van de euro via het Verdrag van Maastricht voorzien. De inflatieverschillen tussen landen mochten niet meer dan 1,5 procentpunt bedragen. Deze divergentie is echter alleen maar toegenomen. Gek genoeg gaat geen enkele eurotop hierover.

Hoe hervormen vooral de perifere landen hun economieën zodanig dat ze weer concurrerend worden? Hoe creëren we meer arbeidsmobiliteit in heel Europa? Hoe zorgen de rijkere landen met betalingsbalansoverschotten voor extra economische groei? In ons land adviseert het Centraal Planbureau structurele hervormingen op de arbeids-, huizen- en pensioenmarkt en geen nieuwe bezuinigingen. De regering doet echter precies het omgekeerde.

Verkeerde inschatting
Ten tweede maakt de Europese Centrale Bank (ECB) een verkeerde inschatting van de inflatierisico’s. Gedreven door het inflatietrauma uit de Weimar-periode zijn de Duitsers binnen de ECB nog immer de spoken uit het verleden aan het bevechten.

Zowel in de zomer van 2008 als in de zomer van 2011 heeft de ECB de rentetarieven verhoogd uit angst voor oplopende inflatie. De deflatoire gevolgen van de kredietcrisis zijn door de ECB stelselmatig onderschat.

Door de sterke daling van onroerend goedprijzen in een flink aantal landen is een deflatoire trend gaande die sinds deze zomer flink is verergerd door de krimp van bankbalansen in heel Europa. Hoeveel moeten de geldgroeicijfers nog imploderen voordat de ECB de het geldpersen echt aanzet?

Zolang zij deflatie niet als belangrijkste gevaar onderkent en daarnaast vanuit een dogmatische onafhankelijkheidsstrijd de regeringsleiders tot nog forsere bezuinigingen dwingt, begaat zij een historische beleidsblunder. Wederom eentje van Duitse origine, maar ditmaal niet van inflatoire maar van deflatoire aard.

Lars Dijkstra is Chief Investment Officer bij Kempen Capital Management.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No