maarten_jan_bakkum_0.jpg

In 2010 begon de groeivertraging in de opkomende wereld. Sinds die tijd blijven opkomende aandelenmarkten achter bij ontwikkelde markten. En al drie jaar zijn valuta in de opkomende wereld aan het depreciëren.

Het groeiprobleem in emerging markets is lange tijd onderschat geweest. Inmiddels is wel duidelijk geworden dat de problemen structureel zijn, dat alleen hervormingen kunnen zorgen voor een blijvend herstel.

De lagere wereldhandelsgroei (vooral het veel lagere tempo van de Chinese groei) en de dalende kapitaalinstroom (door de geleidelijke normalisering van het Amerikaanse monetaire beleid) zijn negatieve factoren die de komende jaren niet zullen verdwijnen. Ondertussen zijn er ook duidelijk EM-specifieke redenen waarom de groei voorlopig zal blijven dalen: een steeds grotere afhankelijkheid van krediet, een verzwakte concurrentiepositie en een verslechterend investeringsklimaat.

Subsidieregelingen

In 2010 bedroeg de gemiddelde groei in emerging markets nog 8 procent. Daar zal in 2015 nog maar de helft van over zijn. En zonder wijzigingen in economisch beleid zal de vertraging waarschijnlijk voortduren. Belangrijk is dat overheden beginnen met het terugdringen van kostbare subsidieregelingen, die vaak niet ten goede komen van de mensen voor wie ze bedoeld zijn en die de ruimte voor productieve investeringen in infrastructuur beperken.

India heeft de laatste maanden vooruitgang geboekt, Indonesië moet nog beginnen. Belasting- en arbeidshervormingen zijn ook nodig om bedrijven weer over de streep te trekken om te investeren. In veel opkomende markten is investeringsgroei negatief geweest de afgelopen jaren. Brazilië is een goed voorbeeld.

Excessieve kredietgroei

Deregulering en verbeteringen in infrastructuur zijn hard nodig om concurrentieposities te herstellen na jaren van toenemende regeldruk en sterk stijgende lonen. En om onevenwichtigheden in de macro-economie en het financiële systeem te kunnen verkleinen, zal er iets gedaan moeten worden aan de excessieve kredietgroei.

In een groot deel van de opkomende wereld is de schuld als percentage van BBP veel te snel gegroeid. Dit zorgt niet alleen voor kwetsbaarheden in het bankensysteem, maar het beperkt sowieso ook de ruimte voor groei in de toekomst. Thailand, Maleisië en Turkije horen bij de landen waar krediet het hardst gegroeid is.

In de afgelopen drie jaar zijn valuta in de opkomende wereld gemiddeld met zo’n 20 procent in waarde gedaald. In de landen met de grootste onevenwichtigheden, de zwakste groei en de minste hervormingsbereidheid, met meer. In de landen die hun huis redelijk op orde hebben, met minder. Aangezien in de meeste landen de groei blijft dalen en de hervormingen maar niet door komen, ligt meer depreciatie van wisselkoersen voor de hand.

Uiteindelijk zal dit de druk opvoeren en ervoor zorgen dat verandering wordt afgedwongen. Voor de landen die liever het heft in eigen hand houden en een crisis willen voorkomen, is er weinig tijd te verliezen. De scherpe depreciatie van Emerging Market valuta de afgelopen weken geeft nog maar eens aan dat de urgentie groot is.

Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg opkomende markten bij ING Investment Management.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No