Dertien jaar na de laatste grote crisis dreigt opnieuw een economische noodsituatie voor Brazilië. Inmiddels is het overduidelijk dat de gouden jaren, waarin de Chinese honger naar grondstoffen en de wereldwijde drang om in emerging markets te beleggen geen grenzen kenden, niet gebruikt zijn om de structurele problemen op te lossen.
De gigantische instroom van buitenlands kapitaal in de jaren 2002-2011, gemiddeld zo’n 10 miljard dollar op maandbasis, is geconsumeerd en niet geïnvesteerd.
Er is geld weggelekt, door corruptie in het politieke systeem en de staatsbedrijven, maar er is ook flink geprofiteerd door gewone Brazilianen, die een ongekende koopkrachtsprong konden maken dankzij allerlei genereuze subsidieregelingen.
Het zou te makkelijk zijn om de problemen van nu alleen op te hangen aan de corruptie. Het systeem als geheel heeft tekortgeschoten. De regeringen van de presidenten Lula en Dilma hebben hun prioriteit gelegd bij het verkleinen van de sociale ongelijkheid. Op zichzelf een logische keuze gezien de grote verschillen tussen rijk en arm, tussen zuid en noord in Brazilië.
Chinese model
Maar de uitvoering van het sociaal-economisch beleid is contraproductief geweest. Een oerwoud aan nieuwe subsidieregelingen en een snel groeiende overheidsinterventie hebben gezorgd voor een te sterke consumptiegroei met oplopende tekorten op de lopende rekening en staatsbegroting als gevolg. Via de uitdijende staatsbanken werden vooral die investeringen gefinancierd die de politiek belangrijk vond, maar die economisch niet rationeel waren. Hiermee werd in feite het Chinese model omarmd.
In de jaren van toenemende overheidsbemoeienis is het investeringsklimaat dramatisch verslechterd. Private investeringsgroei is al vier jaar negatief en een radicale koersverandering in Brasilia is dringend nodig om de negatieve trend te doen draaien. De staat van de economie is lang zo slecht niet geweest. Na jaren van lage groei is het land nu weer in een recessie terechtgekomen. Ondertussen loopt de inflatie sterk op, nemen de tekorten op de overheidsbegroting en de lopende rekening toe, is de valuta met maar liefst 45 procent in waarde gedaald sinds augustus en stijgt de rente, die al een van de hoogste ter wereld was, weer snel.
Corruptieschandaal
En bovenop deze economische treurnis komt nu een ernstige politieke crisis. President Dilma staat onder grote druk door het grote corruptieschandaal rond staatsoliebedrijf Petrobras. Vele politieke kopstukken zitten in het verdachtenbankje, wat het politieke systeem in hoge mate verlamd heeft. Verregaande hervormingen zijn urgent om de negatieve spiraal te doorbreken. Een vleugellamme regering is het laatste wat het land kan gebruiken. Sociale onrust en meer massale protesten kunnen ervoor zorgen dat Dilma uiteindelijk afgezet wordt.
Hoe dan ook lijkt het er op dat de crisis eerst moet verdiepen voordat de marktdruk hoog genoeg zal zijn om hervormingen af te dwingen. In deze omgeving zijn de Braziliaanse aandelen-, obligatie-, maar vooral valutamarkten kwetsbaar. En de rest van de opkomende wereld houdt zijn adem in. Voor het eerst sinds 2002 is er weer een substantieel besmettingsrisico. En de geschiedenis herhaalt zich: ook dertien jaar geleden was Brazilië het probleem.
Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg opkomende markten bij ING Investment Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.