Eindelijk zijn beleidsmakers in de opkomende wereld in actie gekomen. Na vier jaar van dalende economische groei, drie en een half jaar van zwakker wordende valuta, anderhalf jaar van stijgende rentes en twee kwartalen van forse kapitaaluitstroom.
Tot een paar maanden geleden waren Mexico en India eigenlijk de enige landen die met structurele hervormingen probeerden hun kwetsbaarheid te verminderen en hun groeipotentie te vergroten.
Recentelijk zijn Indonesië (overtuigend), Zuid-Afrika en Turkije (aarzelend) en Brazilië (verrassend) daar bijgekomen. Veel werk zal er gedaan moeten worden om onevenwichtigheden in de economie te verminderen, om concurrentieposities en investeringsklimaten te herstellen.
Het blijft twijfelachtig of beleidsmakers genoeg zullen kunnen of willen doen. Maar wat in elke crisis het geval is en wat ook nu weer duidelijk naar voren komt, is dat als de druk maar hoog genoeg is, de maatregelen uiteindelijk niet kunnen uitblijven. Voor de landen waar groei het meest verzwakt is en waar valuta het meest in waarde gedaald zijn, is niets doen niet langer een optie.
Indonesië
In Indonesië was de centrale bank al sinds de zomer van 2013 erg behoedzaam. De rente werd hoog gehouden mede om de regering onder druk te zetten haast te maken met het verminderen van brandstofsubsidies. Deze subsidies waren de belangrijkste oorzaak van het snel oplopen van het begrotings- en lopende-rekeningtekort.
In november en december vorig jaar kwam de nieuwe regering van President Jokowi snel in actie. In twee stappen werden de subsidies verlaagd en losgekoppeld van de olieprijs. Hiermee is het risico op een groot begrotingstekort in de toekomst sterk verminderd en is er voor dit jaar aanzienlijke ruimte voor investeringen in infrastructuur gecreëerd.
In Zuid-Afrika, Turkije en Brazilië hebben de regeringen zich gecommitteerd aan een kleiner begrotingstekort, terwijl de centrale banken de rente relatief hoog houden. In Zuid-Afrika en Turkije ontbreekt het nog aan concrete hervormingen, die het structureel hoge lopende-rekeningtekort kunnen terugbrengen.
Maar in Brazilië, waar de economie tot stilstand is gekomen en de wisselkoers sinds september met zo’n 20 procent is gedeprecieerd, is de tweede regering Dilma inmiddels begonnen met het verlagen van energiesubsidies en het verminderen van gesubsidieerde kredieten.
‘Bodem is in zicht’
De recente beleidsactie in de probleemlanden is bemoedigend. Voor de groeivooruitzichten op de langere termijn. Maar wellicht ook voor de aandelenmarkten op de korte termijn. Na vier jaar van dalende groei in de opkomende wereld zal in de komende maanden de gemiddelde groei onder de 4 procent duiken. De bodem komt hiermee in zicht.
Er voorzichtig van uitgaande dat een bankencrisis in China voorkomen kan worden, is het niet onredelijk te verwachten dat 2015 het jaar wordt van het begin van het groeiherstel van emerging markets. Dit zou voor opkomende aandelenmarkten een nieuwe periode van outperformance kunnen inluiden, na meer dan vier jaar achter te zijn gebleven bij ontwikkelde markten.
De kans hierop wordt alleen maar groter nu beleidsmakers in de landen met de grootste structurele problemen wakker zijn geworden.
Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg opkomende markten bij ING Investment Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.