Groei in de opkomende wereld sinds 2008 is in hoge mate kredietgedreven geweest. Lage wereldhandelsgroei, de aangetaste concurrentiepositie, minimale productiviteitsgroei in veel emerging markets en meer overheidsinterventie in de economie, dit zijn de belangrijkste redenen waarom export- en investeringsgroei zo zwak zijn geweest de afgelopen jaren.
Het is vooral dankzij de consumentenbestedingen dat er nog wat groei bruto binnenlands product (bbp) geweest is. Maar om meer te kunnen uitgeven hebben huishoudens zich flink in de schulden moeten steken.
In de opkomende wereld als geheel is schuld als percentage van bbp gestegen van 99 procent in 2008 tot 125 procent nu. Deze stijging is fors in historisch perspectief, zeker als je beseft dat het een gemiddelde is. Sommige landen hebben bescheiden kredietgroei gehad. Voorbeelden zijn India, Taiwan en Mexico.
grote onevenwichtighedenMaar in andere landen is de hoeveelheid schuld in de economie explosief gestegen. Hier zijn grote onevenwichtigheden ontstaan die in de komende jaren zouden kunnen leiden tot problemen in de bankensector. Vijf landen springen eruit: Thailand, Maleisië, Brazilië, Turkije en China.
Geval apart
China is een geval apart. De explosieve kredietgroei is vooral aangewend voor infrastructuurinvesteringen door de lokale overheden en andere investeringen door de semi-publieke sector. In Brazilië is het een combinatie geweest van kredieten voor grote projecten met name in de energiesector en consumentenkredieten. In de andere drie landen zijn het vooral consumentenkredieten geweest.
Maar wat alle vijf landen gemeen hebben is dat de excessieve kredietgroei mogelijk was dankzij jarenlange sterke instroom van buitenlands kapitaal. Door de ultralage renteniveaus in de Verenigde Staten en Europa en de toen nog hoge groeiverwachtingen in de opkomende wereld braken buitenlandse speculatieve investeringen record na record. Dit was vooral zo in de jaren 2006 tot 2011.
Negatieve kapitaalstromen
Inmiddels zijn kapitaalstromen negatief geworden. In de afgelopen vier kwartalen is er meer dan 700 miljard dollar aan kapitaal teruggetrokken uit de opkomende wereld. Nervositeit over rentestijgingen in de VS en groeizorgen over China en andere belangrijke opkomende markten zijn hier de verklaring voor. Zolang deze situatie aanhoudt is het ondenkbaar dat de hoge kredietgroei van de afgelopen jaren gehandhaafd kan worden.
In Thailand is de correctie al begonnen. In de andere landen wordt het probleem ontkend of onderschat en nemen de risico’s verder toe.
Het kwetsbaarst is Turkije. Hier ligt kredietgroei nog altijd op 20 procent. Ondertussen heeft het land een lopende-rekeningtekort van 6 procent van bbp. En het ergste is dat de Turkse bankensector zich hoofdzakelijk financiert met buitenlands kapitaal. Gezien de recente kapitaalvlucht uit de opkomende wereld en de grote politieke onzekerheid in Turkije, zou het weleens een stuk moeilijker kunnen worden voor de Turkse banken om kapitaal aan te trekken. Een stevige kredietcorrectie lijkt onvermijdelijk.
Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg opkomende markten bij ING Investment Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.