In de afgelopen maanden is de economische groei in de opkomende wereld verder verslechterd. Dit is vooral het gevolg geweest van een vertraging van de wereldhandelsgroei en een nieuwe daling van grondstoffenprijzen. De druk neemt duidelijk weer toe.
In veel landen worden autoriteiten gedwongen hun beleid meer aan te passen aan de huidige, moeilijke omgeving. Dalende exportinkomsten moeten samengaan met lagere importgroei om een verslechtering van lopende rekeningen te voorkomen. Om zo de kwetsbaarheid voor de onvermijdelijke eerste renteverhoging in de VS later dit jaar niet groter te laten worden.
Brazilië en Zuid-Afrika
Voor landen met structureel zwakke overheidsbegrotingen, zoals Brazilië en Zuid-Afrika, is de druk extra groot. Door de zwakke economische groei lopen belastinginkomsten terug en stijgen de kosten van sociale voorzieningen. Het probleem wordt nog groter door de dreiging van credit rating downgrades. Een lagere rating betekent hogere financieringskosten en een nog groter begrotingstekort. Om dit te voorkomen moeten de regeringen in Brasilia en Pretoria een krapper begrotingsbeleid voeren. Dit gebeurt nu, mondjesmaat weliswaar, maar genoeg om de toch al zwakke economische groei verder onder druk te zetten.
Als het investeringsklimaat in de beide landen niet zo was verslechterd door het interventionistische economische beleid van de afgelopen jaren, als er meer aandacht was geweest voor infrastructuurinvesteringen en arbeidsmarkthervormingen, dan was de druk nu lang niet zo groot geweest. Zowel Brazilië als Zuid-Afrika heeft een weinig competitieve industriële sector. Ze hebben niet veel om op terug te vallen nu de grondstoffenprijzen zo sterk blijven dalen. Dit verklaart waarom juist deze twee landen nu zo hard geraakt worden. Brazilië is in een stevige recessie terechtgekomen en Zuid-Afrika groeit nog maar met 2 procent, met een officiële werkloosheid die snel stijgt, in de richting van 30 procent.
‘Irrationele leningen’
Politiek is het in beide landen onrustig. De centrale banken moeten de rente verder verhogen omdat verregaande fiscale hervormingen steeds niet mogelijk blijken. Zo gaat in Zuid-Afrika, na jaren van een snel uitdijend staatsapparaat, inmiddels al 36 procent van de overheidsbegroting naar ambtenarensalarissen. En in Brazilië is het wachten op problemen bij de staatsbanken na jaren van een wildgroei aan politiek-gedreven, economisch irrationele leningen. Gezien deze stijgende risico’s voor de overheidsfinanciën, is een hogere rente nodig om een grotere vertrouwenscrisis en meer kapitaalvlucht te voorkomen.
Gelukkig zien de Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse centrale banken de noodzaak van ingrijpen. Zij weten dat de rente in de VS geleidelijk zal stijgen de komende jaren, wat normaal gesproken tot repatriëring van kapitaal naar de VS zal leiden. De zwakste opkomende landen zullen hiervan het meest te leiden hebben. Als de economische onevenwichtigheden niet op korte termijn opgelost worden, zorgt een hogere rente in ieder geval voor iets van een bescherming. Het gaat nog spannend worden de komende kwartalen.
Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg opkomende markten bij NN Investment Partners.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.