Hedge funds staan onder druk. Vooral de kostenstructuur die zij hanteren, is niet meer van deze tijd.
Beleggers die in het verleden wel eens wat geïnvesteerd hebben in een gespecialiseerd hedge fund zullen ongetwijfeld bekend zijn met de 2 en 20-regel. Daarmee worden de kosten bedoeld die de investeerder aan de beheerders van het fonds betaalt: de 2 staat voor 2 procent jaarlijkse vaste kosten, de 20 staat voor de 20 procent performance fee waarmee de eventuele winst wordt afgeroomd.
Nu is het natuurlijk zo dat wanneer u een fondsbeheerder gevonden hebt die jaarlijks 10 of 20 procent of meer rendement voor u binnenfietst, u met liefde deze kostenmaatstaf omarmt. In de praktijk valt het echter nog behoorlijk tegen om met deze kostenpercentages jaarlijks de benchmark te verslaan, studies hiernaar hebben uitgewezen dat in slechts een vijfde van de gevallen de benchmark verslagen wordt. En wanneer de rendementen afdalen naar het niveau van de benchmark of erger nog, veel lager, dan gaan die hoge kosten serieus pijn doen.
En het kan nog erger, zoals vorige week te lezen was in de Financial Times. Sommige hedge funds brengen nog eens additionele kosten ten laste van het fonds zonder dat beleggers daar enige weet van hebben. Kosten voor privéjets, salarissen, maar ook Bloombergterminals en marketingkosten zouden ten onrechte in rekening worden gebracht bij het fonds.
Pensioenfonds Californie uit hedge funds
Een teken aan de wand is dan ook dat een van de grootste pensioenfondsen van de Verenigde Staten, het Californische Calpers, besloot de 4 miljard dollar die zij geïnvesteerd had in allerlei hedge funds terug te halen. De reden werd netjes in het midden gelaten maar gebleken was dat de enorme kosten (Calpers had het afgelopen jaar 135 miljoen dollar aan kosten betaald, 3,37 procent op 4 miljard) niet opwogen tegen het rendement dat gemaakt werd.
Vooral in goede beursjaren hebben hedge funds het moeilijk. Om de benchmark te verslaan moet je ervan afwijken, maar wanneer de beurs alleen maar omhoog gaat is dat geen goede strategie. In 2013 bijvoorbeeld, toen de S&P 500 met 30 procet steeg, kwam de toonaangevende hedge fund index HFRI niet verder dan 9 procent. Helaas voor veel hedge funds tenderen beurzen nu al jaren achter elkaar omhoog.
En een andere belangrijke trend in beleggersland is misschien nog wel veel vervelender voor deze groep. En dat is dat de hele kostenstructuur in de branche omlaag gaat. Nu de norm voor een veilige belegging al ruim onder een half procent ligt, komt de 2 plus 20 structuur nogal potsierlijk over.
Er komen ongetwijfeld wel weer mindere jaren op de beurs, zodat een bekwaam hedge fund weer het verschil kan maken. Maar beleggers die lachend 2-20 gaan betalen, dat zie ik niet zo snel meer gebeuren.
Martijn Rozemuller is managing director en oprichter van Think ETF’s.