Volgens veel economen is er momenteel een valutaoorlog aan de gang. Vooral de Verenigde Staten, Europa en Japan proberen door middel van het verlagen van de rente en het verruimen van de geldhoeveelheid hun eigen munt te verzwakken om de export een steuntje in de rug te geven.
De euro bijvoorbeeld is het afgelopen jaar gedaald van 1,40 naar nu 1,15 dollar. Beleggingen in Amerikaanse aandelen zijn dus voor euro-beleggers hierdoor sowieso al zo’n 18 procent gestegen, nog afgezien van de koerswinst van die aandelen zelf.
Valutabewegingen kunnen dus een grote invloed op uw portefeuille hebben. Veel mensen vragen ons dan ook of het niet verstandig is om die valuta’s af te dekken. Mijn antwoord is: nee, dat is niet verstandig. Ik zal u uitleggen waarom ik dat vind.
Valuta’s bewegen onderling door allerlei factoren. In principe komt het verschil in valuta’s vooral tot uitdrukking door het verschil in rente tussen de twee uitgevende landen. Bij twee gelijk opgaande landen zal een belegger liever geld uitlenen aan dat land waar de rente hoger is. Die valuta is dan dus gewilder en hoger, net zolang tot het verschil in rendement weer is opgeheven.
Naast de rente zijn er natuurlijk nog talloze factoren die op de valutakoers van invloed zijn. Op de korte termijn zijn wisselkoersen onderhevig aan allerlei speculatieve en psychologische factoren. Economische groei, economische kracht, kapitaalstromen tussen landen en de laatste tijd dus vooral het optreden van de centrale banken zijn van grote invloed op vraag en aanbod van valuta. Dat alles maakt dat een goede inschatting van de bewegingen van een valuta-paar niet is te maken.
Waarde creëren
Hetzelfde geldt natuurlijk voor de aandelenmarkt, maar van aandelen kunnen we wel zeggen dat er door gezonde bedrijven waarde gecreëerd en geld verdiend wordt, waardoor ze op termijn meer waard (moeten) worden. Uit onderzoek is gebleken dat de samenhang tussen de prestaties van een aandelenmarkt in verhouding tot de beweging van de valuta van dat land erg laag is. In andere woorden: aandelen en obligaties bewegen onafhankelijk van hun valuta.
De dollar kan dus wel flink in waarde stijgen, maar dat zegt dus nog niets over de richting van de Dow Jones. Op korte termijn kan het zelfs zo zijn dat wanneer de valuta van een land wegzakt, de beurs wat bijtrekt omdat het voor buitenlandse investeerders goedkoper wordt. Daarbij kost het afdekken van valuta gewoon geld, net als een verzekering. Die kosten kunt u dus ook besparen.
Natuurlijk zal een in Nederland gevestigd bedrijf, dat hier zijn kosten maakt, en zijn geld verdient in dollars, haar valutarisico wel afdekken, maar voor lange termijnbeleggers geldt dat het afdekken van buitenlandse valuta het beperken van risicospreiding is. U kunt het doen, maar dan kiest u eigenlijk voor uw eigen valuta en dat is net zo goed een keuze. Wie belegt in meerdere valutalanden, zoals bijvoorbeeld in Zwitserland, de Verenigde Staten en Noorwegen, heeft een betere spreiding dan diegene die alleen euro-aandelen koopt. De recente daling van de euro geeft maar weer aan dat alles terughalen naar de eigen valuta een duur grapje was geweest.
Er zijn natuurlijk ook periodes waarin het juist voordelig zou zijn geweest, maar dat is slechts achteraf aan te wijzen en daarom niet relevant.
Spreiding is een van de belangrijkste factoren van beleggen. Wanneer u uw buitenlandse beleggingen niet omzet naar euro’s hebt u automatisch een betere spreiding. U loopt dus minder (valuta)risico. Niemand weet hoe de valutaparen zich gaan ontwikkelen, zeker niet in deze roerige tijden. Door niet te hedgen spreidt u dit valutarisico. Dekt u uw valuta’s wel af, dan toont u eigenlijk een (te) groot vertrouwen in uw eigen munt. Op langere termijn kan dat een dure keuze worden.
Martijn Rozemuller is managing director en oprichter van Think ETF’s.