Kort nadat de FATCA-regelgeving in Nederland in werking is getreden, zullen per 1 januari 2016 twee nieuwe sets aan regelgeving worden ingevoerd die ook bij fondsen kunnen leiden tot een verdere significante lastenverzwaring: de Common Reporting Standard (CRS) en country-by-country reporting.
CRS
Zoals ik in mijn column van mei 2015 reeds aangaf, heeft de Oeso de CRS opgesteld als reactie op de eenzijdige, op de VS gerichte FATCA-regelgeving (Foreign Tax Compliance Act). Het idee en de werking van CRS zijn grotendeels gelijk aan FATCA, maar zullen gaan gelden voor vrijwel alle landen in plaats van alleen voor de VS. Vanaf 2016 zal een fonds derhalve niet alleen de gegevens van Amerikaanse, maar van vrijwel alle participanten moet rapporteren bij de Nederlandse belastingdienst.
Het kabinet heeft in het kader van de invoering van CRS vrijdag 11 september bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend (Wet uitvoering Common Reporting Standard). In het kort worden per 1 januari 2016 enkele verplichtingen in de Nederlandse wet opgenomen voor rapporterende financiële instellingen. Vanaf 2017 zal vervolgens automatisch informatie worden uitgewisseld met buitenlandse autoriteiten.
De rapporterende financiële instelling moet onder andere NAW-gegevens van de rekeninghouder en de waarde van de rekening (hieronder valt in beginsel ook een (aandelen)belang) verstrekken. Voor elke entiteit in de structuur van een fonds dient vastgesteld te worden wat de kwalificatie is voor CRS-doeleinden. Het fonds en de managementvennootschap zullen in beginsel kwalificeren als financiële instelling en derhalve moeten registreren, identificeren en rapporteren.
Indien de rapporterende financiële instelling de verplichte informatie niet verstrekt, kan de financiële instelling (of de belastingplichtige of de administratieplichtige) een boete krijgen van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie (momenteel 20.250 euro).
Country-by-country reporting
In het kader van Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) heeft de OESO Actiepunt 13 gepubliceerd welke ertoe leidt dat multinationale ondernemingen verplicht worden om jaarlijks voor iedere jurisdictie waar zij actief zijn de gewenste gegevens te rapporteren, ook wel country-by-country reporting genoemd.
Een in Nederland gevestigde groepsentiteit die onderdeel uitmaakt van een multinationale groep met een omzet vanaf 750 miljoen euro, dient vanaf 1 januari 2016 jaarlijks een landenrapport op te stellen, waarin onder andere de wereldwijde fiscale winstverdeling is opgenomen, maar ook de betaalde (winst)belasting in landen waarin de multinationale groep een vestiging heeft.
Op basis van dat rapport zullen de belastingautoriteiten onder meer de juistheid van de onderlinge verrekenprijzen die binnen een multinationale groep worden gehanteerd, beoordelen. Verder geldt dat voor een groepsentiteit die belastingplichtig is in Nederland met een geconsolideerde groepsopbrengst vanaf 50 miljoen euro, een groepsdossier en een lokaal dossier moet worden opgesteld. Het betreft gestandaardiseerde dossiers, wat betekent dat de documentatieverplichtingen voor alle landen hetzelfde zijn.
Door de grens van 750 miljoen euro lijken in het geval van fondsen op het eerste gezicht alleen de allergrootste investeringen geraakt te worden. Aangezien er echter geen algemene vrijstelling voor fondsen geldt, bestaat er een risico dat de belastingautoriteiten het begrip ‘groep’ zo zullen uitleggen dat alle investeringen tezamen moeten worden genomen voor het bepalen van de omzet. In dat geval zullen een flink aantal fondsen te maken krijgen met country-by-country reporting. Dit zou ook inhouden dat de gegevens van twee separate investeringen in Nederland in twee totaal verschillende branches bij elkaar opgeteld moeten worden om te kijken of er een dossier in Nederland opgesteld dient te worden. Dit lijkt volledig voorbij te gaan aan het doel van de regeling.
De praktijk
Door de toenemende druk op uitwisseling van fiscale informatie lijken ook fondsen niet te ontkomen aan lastenverzwarende maatregelen. Fondsen zullen in de toekomst meer en meer geconfronteerd worden met de identificatie en rapportage van, en betalingen aan, participanten. Dat zowel de CRS en country-by-country reporting niet zijn ingevoerd met het oog op fondsen, doet hier helaas niet aan af. De ruim geformuleerde bepalingen in de wetgeving zorgen ervoor dat fondsen stappen zullen moeten ondernemen om in te schatten of ze geraakt worden door deze additionele identificatie- en rapportageverplichtingen.
Maurits van Dijk is advocaat-belastingkundige bij Stibbe.