doesburg.png

Simpel gesteld bestaan aandelenmarkten uit twee soorten aandelen: goede bedrijven die duur zijn en slechte bedrijven die goedkoop zijn.

De kwaliteit van een bedrijf wordt op deze wijze door de aandelenmarkten verdisconteerd in de waarderingen, waardoor het niet evident is dat op de beurs goede bedrijven beter presteren dan slechte bedrijven.

Hoewel ‘goed’ versus ‘slecht’ en ‘duur’ versus ‘goedkoop’ relatieve begrippen zijn, worden vanuit deze tweedeling aandelenmanagers vaak ingedeeld in twee beleggingsstijlen. In jargon worden de stijlen ook wel growth (‘goed/duur’) en value (‘slecht/goedkoop’) genoemd.



Doordat beide stijlen zowel een positieve als een negatieve component hebben gaan managers aan de haal met termen als growth at a reasonable price (GARP) en zullen managers de negatieve kant van hun beleggingsstijl bagatelliseren.



Buffett

Zo zal de beroemdste value manager ter wereld, Warren Buffett, niet snel propageren dat hij in inferieure bedrijven belegt, maar juist benadrukken dat hij goedkope bedrijven koopt. Aan de andere kant zal een growth manager juist de kwaliteit en de groei benadrukken en er minder prat op gaan dat hij alleen maar dure aandelen koopt.



Op zich is er misschien niet zoveel mis mee om de sterke kanten van je propositie te benadrukken en de minder sterke kanten onderbelicht te laten. Echter, hierdoor geldt voor een belegger die een keuze maakt voor een manager en de daarbij behorende beleggingsstijl, dat elk voordeel zijn nadeel heeft.



De belegger moet zich daarbij realiseren dat een beleggingsstijl voor vele jaren slecht(er) kan presteren. Zo hebben bijvoorbeeld value aandelen de laatste jaren slecht gepresteerd ten opzichte van groei aandelen, wat er mede de oorzaak voor is dat Buffett met zijn strategie over de afgelopen 10 jaar de S&P 500 niet heeft kunnen verslaan.



Moeilijk

Op voorhand de keuze maken voor een beleggingsstijl is daarom moeilijk, zo niet onmogelijk, zelfs voor beleggers met een lange adem.



In dit perspectief moet ook met enige voorzichtigheid omgesprongen worden met het zogenaamde quality investing dat door steeds meer fondshuizen (o.a. T. RowePrice en GMO) wordt gepropageerd.



Volgens de gesimplificeerde definitie van hierboven zou quality investing toch vooral moeten worden getypeerd als een growth beleggingsstijl.



Het gaat immers over kwalitatief goede bedrijven en daar hangt over het algemeen nu eenmaal een prijskaartje aan.



De waarderingen van deze categorie aandelen is, vanwege de goede prestatie van growth aandelen, de afgelopen jaren verder opgelopen en vormen de premie die beleggers nu op tafel moeten leggen voor kwalitatief hoge aandelen.



Gebalanceerde mix

Omdat het succes van beleggingsstijlen op voorhand moeilijk is te voorspellen, is het verstandig om in een aandelenportefeuille een gebalanceerde mix van beleggingsstijlen aan te brengen in plaats van in te zetten op een bepaalde stijl.



Peter van Doesburg is beleggingsstrateeg bij Wealth Management Partners.



De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No