richard abma.jpg

Eind mei schreef ik voor Fondsnieuws over een mogelijke beurskoers explosie op basis van de uitkomst van een econometrisch model dat een verband legt tussen de geldhoeveelheid en de hoogte van aandelenkoersen.

Door de monetaire stimulering van onder andere de ECB groeit de hoeveelheid geld gemeten aan de hand van M2. Aandelenmarkten kunnen daardoor meegroeien aldus het model. Voor de onderzochte Stoxx Europe 600 betekent dit een koersherstel het komend jaar van 25 procent. Sinds eind mei zijn hier een aantal procent van ingevuld maar het grootste deel moet zich de komende kwartalen nog gaan invullen. 

Door het Brexit event leeft nu in de markt dat in september de ECB meer stimuleringsmaatregelen gaat treffen. Of dat gaat gebeuren, hangt af van de macro-economische data die de komende maanden binnen gaan komen. Extra verruimen kan nog makkelijk gezien de relatief kleine balans die de ECB heeft ten opzichte van bijvoorbeeld de Chinese centrale bank, de Bank of Japan en de FED.

Het is interessant om te zien dat iedere centrale bank meedoet aan het verruimen van de bankbalans. Het zal wel moeten aangezien anders de valuta van het betreffende continent te sterk wordt en dit de concurrentiepositie ondermijnt. Toch is het opvallend om te zien dat momenteel de Japanse Yen weer sterker wordt terwijl daar relatief het meest verruimd is de afgelopen jaren. De totale geldhoeveelheid is hier bijna 200 procent van het jaarlijks bbp. Alleen China overtreft dit met 216 procent. In de VS en Europa is de geldhoeveelheid ongeveer 80 procent van het bbp. 

De totale geldhoeveelheid in Japan en China is relatief hoog. Als we dan kijken naar deze hoeveelheid afgezet tegen de monetaire stimulering die de centrale banken voeren dan ligt dit redelijk in lijn met elkaar. China is dan het meest voorzichtig tot op heden met het vergroten van de balans. Dat klopt ook wel aangezien deze de afgelopen tijd Amerikaanse staatsobligaties aan het verkopen is. De VS en Europa tonen een balans die ongeveer een derde behelst van de totale geldhoeveelheid in omloop. In Japan is dit 45 procent. 

De Japanse centrale bank is in april 2013 begonnen met verruimen en zijn hiermee een stuk verder dan de ECB. De M2 geldhoeveelheid is fors gegroeid net als de balans van de Japanse centrale bank. Volgens ons econometrisch onderzoek zou dit sindsdien een groot effect moeten hebben op de koersontwikkeling van de Nikkei 225. Deze index geeft als graadmeter voor de Japanse aandelenmarkten goed weer of dit zo is. Sinds de start van het stimuleringsprogramma is de Nikkei 225 in lokale valuta met ruim 60 procent gestegen na eerder op een koerswinst van 100 procent te hebben gestaan. Dit is gestaag over een periode van 3 jaar verlopen.

Hetzelfde verhaal gaat op voor de Verenigde Staten. Sinds december 2008 is de FED monetair aan het stimuleren waardoor de balans behoorlijk gegroeid is. In onderstaande figuur is de balans getoond in het rood en in het blauw is daar sinds aanvang van de verruiming de Amerikaanse S&P500 overheen gelegd. De hoge mate van samenhang komt hier duidelijk naar voren. 



De Chinese centrale bank is door het verkopen van Amerikaanse staatsobligaties haar balans aan het verkleinen. Ze kiezen er daarvoor om het lenen van geld te vergemakkelijken door kredietlimieten te verruimen. In het kader van het regressieonderzoek zoals eerder in dit artikel gemeld heeft dit geen toegevoegde waarde om daarom een relatie te zoeken tussen geldgroei en de ontwikkeling op de aandelenmarkten. 

Mijn conclusie is dat in samenspraak met het Amerikaanse en Japanse voorbeeld van geldverruiming de uitkomst van ons regressieonderzoek voor Europese beurzen kansrijk is voor verder koersherstel. Een koersstijging van 25 procent de komende kwartalen kan een inhaalslag betekenen ten opzichte van de Amerikaanse en Japanse aandelenmarkten. 

Richard Abma is financieel econoom en managing partner bij OHV Vermogensbeheer

 

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No