Eén van de taken van een fondsanalist is het doornemen van jaarverslagen van beleggingsfondsen.
Over het algemeen geldt dat dit niet het meest spannende deel van het werk is aangezien de meeste jaarverslagen droge kost bevatten: een hoop cijfers met een zakelijke opsomming van de gebeurtenissen over het voorgaande jaar. Gelukkig zijn er positieve uitzonderingen. Eén van de jaarverslagen over 2012 die ik vorige week met plezier doorlas was van value belegger Skagen uit Noorwegen. Hierbij viel mijn oog op een stuk dat is geschreven door Torkell Eide en Harald Espedal waar zij ingaan op het actief versus passief debat.
Een actieve fondsbeheerder kan enkel waarde toevoegen voor beleggers door af te wijken van de benchmark. Volgens een studie uit 2010 van Antti Petajisto kan een beheerder dit op twee manieren doen: door aandelenselectie of door factortiming.
Aandelenselectie betekent dat een beheerder een andere positie inneemt dan de samenstelling van de index, bijvoorbeeld door slechts één aandeel uit een bepaalde sector op te nemen. Factor timing, of tactische asset allocatie, behelst het maken van bredere keuzes zoals bijvoorbeeld overweging van bepaalde sectoren of het hebben van een tijdelijke voorkeur voor waarde-aandelen.
Actief beheer meten
Actief beheer kan op twee manieren worden gemeten: door active share, dat de aandelenselectie meet of door de tracking error die de blootstelling naar systematisch risico (het marktrisico) meet. Petajisto toonde met zijn onderzoek aan dat alleen fondsbeheerders met een hoge active share degenen zijn die waarde toevoegen voor beleggers.
Ruwweg kan worden gezegd dat beheerders met een active share lager dan 60 procent eigenlijk indexvolgers zijn. Enkel die beheerders met een active share boven de 60 procnet zijn werkelijk actief.
Sinds 1980 is het aandeel van werkelijk actieve beheerders sterk afgenomen. Waarom zijn zo weinig beheerders nog bereid af te wijken van de index? Eide en Espedal verklaren dit met een quote van Maynard Keynes: ‘Wereldse wijsheid leert ons dat het voor onze reputatie beter is om conventioneel te mislukken dan om onconventioneel te slagen’.
De veiligheid van de benchmark
Voor de gemiddelde fondsbeheerder betekent dit dat het beter voor zijn carrière is om dicht bij de veiligheid van de benchmark te blijven. De subtiliteiten die briljant beleggen van slecht beleggen onderscheid worden vaak eenvoudig aan de kant geschoven door een groep intelligente collega’s die wordt gedreven door groepsdenken.
Daarnaast zullen zowel collega’s als klanten opmerkingen plaatsen bij, en (vervelende) vragen stellen over, investeringsideeën die ver van de benchmark liggen. Collega’s staan vaak sceptisch tegenover diegenen die tegen de stroom inzwemmen en bieden zelden comfort over de afwijkingen die de beheerder heeft ten opzichte van de benchmark.
Voor een belegger is het echter belangrijk dat hij die beheerders vindt die er voor gaan om onconventioneel te slagen. In deze categorie vindt je de actieve managers die hun beheerfee waard zijn.
Rico Bosma is partner bij Wealth Management Partners in Amstelveen
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.