In september 2008 sloeg de financiële crisis over naar de reële economie. Het financiële systeem wankelde met de ondergang van Lehman en de nationalisaties van enkele belangrijke Amerikaanse financiële instituten.
De paniek sloeg toe, de vraag viel uit en de economie kwam piepend en knarsend tot stilstand. Bedrijven zagen de vraag terugvallen. De productie werd verlaagd, maar er waren vooral minder voorraden nodig. Hoe werkt dat?
Wasmachineverkoper
Stel je bent een wasmachineverkoper en je verkoopt per maand 10 wasmachines per maand. Je houdt een voorraad aan die gelijk is aan 2 maanden vraag . Die voorraad is nodig vanwege onzekerheden in het productiesysteem of de eindvraag. Je wilt geen nee verkopen.
Twee maanden vraag staat gelijk aan 20 wasmachines. De vraag naar wasmachines daalt van 10 naar 9. Je vermindert je orders in lijn met de nieuwe vraag. Maar dat niet alleen. Er zijn ook minder voorraden nodig: vanwege de daling van de eindvraag volstaat nu een voorraad van 18 wasmachines (twee maanden vraag) en geen 20.
In de komende maand denk je 9 machines te verkopen waarvan 2 uit voorraad geleverd kunnen worden. Daarmee is het voorraadniveau aangepast aan de nieuwe vraag. Dus heb je van de fabriek maar 7 nieuwe machines nodig. Je bestelt maar 7 machines in plaats van 10, een daling van maar liefst 30 procent. Terwijl de eindvraag met ‘slechts’ 10 procent gedaald is.
Als de vraag inderdaad stabiliseert op 9 wasmachines, gaan de orders weer omhoog van 7 naar 9. Dus zonder enige verandering in de onderliggende vraag stijgt de productie toch met 30 procent.
Voorraadcyclus is een vliegwiel
Dit effect gaat nu in veel landen optreden. Als de vraag stabiliseert op een lager niveau dan leidt de voorraadopbouw alleen al tot productiegroei. Deze voorraadcyclus is een vliegwiel die de economie weer op gang kan brengen, maar vergis u niet: het gaat om de ontwikkeling van de eindvraag, niet om het aanvullen van voorraden. Macro economische cijfers over het tweede kwartaal hebben geleid tot krantenkoppen als ‘de recessie is voorbij’.
De onderliggende macro economische cijfers laten zien dat veel economieën zichtbaar een forse zet hebben gekregen van de hand van de overheid. Zo wordt er gejuicht over de groei in Japan, maar als je de 8 procent groei in overheidsbestedingen wegdenkt dan blijft er niets over.
Tegelijkertijd moet wel opgemerkt worden dat het hierboven beschreven voorraadeffect nog niet is terug te vinden in de Japanse cijfers. De voorraden waren nog iets gedaald in het tweede kwartaal. Het voorraadeffect leidt tot een verbetering van de macro economische cijfers en dat betekent een steun in de rug voor de beurs.
Mark Glazener is beheerder van het Robeco Fonds.