Gedurende de afgelopen decennia zijn de rijken rijker geworden in de oude westerse wereld en zijn er vele nieuwe rijken bijgekomen in de opkomende markten.
In de Verenigde Staten spreekt men over een plutonomie, een woord wat zoveel betekent als een economie geregeerd door de rijken. Het woord werd in 2006 geïntroduceerd door Ajay Kapur, toen nog aandelenstrateeg bij Citi. En inderdaad in de Verenigde Staten hebben de rijksten meer dan evenredig geprofiteerd van de toename van de productiviteit van de gehele samenleving.
In een plutonomie bestaat een grote ongelijkheid in welvaart. Kapur berekent dat 1 procent van de Amerikanen, de rijksten, beschikken over even veel vermogen als de gezamenlijke groep van Amerikanen die vallen in het tweede tot en met het tiende deciel.
Pakken we de statistieken over de verdeling van het nationaal inkomen in de Verenigde Staten erbij, dan is dit een direct gevolg van de groei van het winstaandeel ten koste van het arbeidsaandeel.
Ten koste van de factor arbeid
Het profijt werd dus gehaald ten koste van de factor arbeid. Niet dat de armen armer worden, maar in relatieve zin wel.
In een plutonomie bestaat ook een grote ongelijkheid in inkomen en consumptie. Kapur berekent dat in de Verenigde Staten 20 procent van de bevolking verantwoordelijk is voor 60 procent van de consumptieve bestedingen.
Dus niet alleen het deel van het inkomen dat naar de factor arbeid gaat neemt af, binnen dat deel gaat er ook nog eens meer naar de rijken. De rijken worden in alle opzichten rijker.
Triodos
Afgelopen week las ik in de krant dat de baas van Triodos bank bijna 10 keer zoveel verdient als de receptioniste bij Triodos en hij voegt er aan toe: ‘Als ik meer zou verdienen, plaats ik mij buiten de realiteit van onze bank.’
In Amerika zien bazen dat anders. Daar plaatsen CEO’s van beursgenoteerde ondernemingen zich al jaren buiten de realiteit van hun samenleving door zo’n 300 keer meer te verdienen dan de gemiddelde werknemer.
En toen kwam de economische crisis en daalde het vermogen van de superrijken scherp, maar ook de middenklasse slonk. Vanuit de middenklasse kwam een armoedeval op gang naar de lagere klassen en daarmee verscherpte de inkomensongelijkheid.
Betekenis voor aandelen
Wat betekent die ongelijkheid nu voor aandelen? Ik denk per saldo niet veel goeds. Ja, aandeelhouders hebben een groter deel van de koek gekregen omdat het winstaandeel is toegenomen.
Maar de waardering van die aandelen, in termen van koers-winstverhouding is de afgelopen jaren vooral gedaald. Inkomensongelijkheid en een daling van de omvang van de middenklasse is veelal niet gunstig voor aandelen.
Het omgekeerde, een toename van de middenklasse betekent meer afzet van auto´s, televisies, wasmachines en dus meer afzet en meer winst voor bedrijven. Precies datgene wat in opkomende markten geleid heeft tot goede aandelenbeurzen in de afgelopen jaren.
Een toename van middeninkomens en groei van de middenklasse is goed voor aandelen. Het wordt tijd dat de factor arbeid weer zijn verdiende loon krijgt.
Mark Glazener is fondsmanager van het Robeco-fonds.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen