Standard & Poor’s (S&P) verlaagde onlangs de ratings van negen landen uit de eurozone. Ook werd de outlook van de meeste landen op negatief gezet.
Dit had verrassend genoeg weinig invloed op de renteniveaus. In de probleemlanden Spanje en Italië daalde de rente zelfs.
Bij een ratingverlaging neemt het kredietrisico toe. Normaliter eisen beleggers voor een obligatie met een hoger risico een hogere rentevergoeding waardoor de koers onder druk komt te staan.
De praktijk
Dit is theoretisch zo, maar in de praktijk gaat dit niet altijd op. Toen vorig jaar de Verenigde Staten de AAA-status verloren, daalde de rente.
De onrust op de aandelenmarkt was toen zo groot dat beleggers ondanks de lagere rating alsnog kozen voor de veiligheid van Amerikaans staatspapier.
Het is dus belangrijk om bij een verlaging van de rating te kijken naar de algehele marktomstandigheden en een goede analyse te maken van het verwachte aanbod.
Zo zit veel eurozone-staatspapier bij banken. Omdat de eisen voor het onderpand van kredietfaciliteiten bij de Europese Centrale Bank flink is versoepeld, kwam er uit deze hoek geen extra aanbod. Tenzij de marktomstandigheden drastisch verslechteren, zal dit voorlopig ook niet plaatsvinden.
Minimale rating van BBB-
De meeste institutionele mandaten en beleggingsfondsen hanteren als restrictie bij hun beheer een minimale S&P-rating van BBB-. Als een obligatie een lagere rating krijgt, maar blijft voldoen aan deze zogenaamde investment grade-rating, hoeft hij niet te worden verkocht.
De meeste partijen beleggen dan ook gewoon in Italiaanse en Spaanse obligaties. Deze zijn namelijk ook ruim vertegenwoordigd in de door hen gehanteerde indices van Citigroup en Barclays.
Bij trackers zijn de restricties van de onderliggende index bepalend. Vandaar dat ook voor indextrackers veelal een minimale rating van BBB- geldt.
Krijgt een obligatie een lagere rating, dan verdwijnt deze automatisch uit de index en daarmee ook uit de tracker. EuroMTS heeft overigens voor de Eurozone AAA snel haar restricties en tenaamstelling aangepast omdat anders maar in drie landen zou worden belegd.
Junkstatus
De meeste grote beleggers hanteren dus een universum van investment grade. Het risico ligt dan ook bij een verlaging naar junkstatus, oftewel een rating van BB+ of lager.
De meeste beheerders zullen dan tot verplichte verkoop moeten overgaan. Bij Portugal is dit gebeurd en de rente van dat land is de afgelopen tijd dan ook flink opgelopen.
Voor de eurozone is Portugal van minder belang. Maar als Italië een junkstatus krijgt, is het probleem groter. Het aanbod van Italiaanse staatsobligaties zal dan groot zijn.
De noodfondsen zullen dan alle zeilen moeten bijzetten om de Italiaanse rente onder het cruciale niveau van 7 procent te houden. Gezien de huidige rentedaling geloven beleggers in ieder geval dat het zover niet zal komen.
Rogier Rake is partner van IBS Asset Management.