In beheerportefeuilles van klanten bij banken en vermogensbeheerders zitten vaak dezelfde beleggingsfondsen. Dit komt doordat de selectie vooral wordt gemaakt op basis van historische rendementen.
Ondanks het feit dat het geen garantie is voor toekomstige resultaten, is dit blijkbaar wel het belangrijkste criterium bij de fondsselectie.
Als welkome hulp bij het vergelijken van historische rendementen heeft Morningstar in 1985 haar sterrensysteem ingevoerd. Beleggingsfondsen werden in zes beleggingscategorieën onderverdeeld. Op basis van hun relatieve, voor risicogecorrigeerde rendement binnen zo’n groep kreeg een fonds een tot vijf sterren toegewezen.
De impact van dit ratingsysteem was groot. Sommige banken nemen alleen fondsen met 4 of 5 sterren op in hun schap. Een hoge rating zorgt in het algemeen voor veel nieuw vermogen onder beheer.
Beter te vergelijken
Een fonds met een waardebenadering zat echter wel in dezelfde groep als een fonds dat in groeiaandelen belegde. Morningstar verbeterde haar systeem door veel meer groepen aan te maken waardoor de rendementen van fondsen beter te vergelijken zijn.
Academisch onderzoek wees uit dat er weinig of geen verband zit tussen historisch rendement en toekomstige resultaten. Morningstar onderkende de beperkingen van haar sterrenrating en kwam daarnaast met een kwalitatieve waardering van beleggingsfondsen.
Hiervoor interviewen en beoordelen analisten de fondsmanagers om te kijken of ze in de toekomst ook beter gaan presteren dan andere vergelijkbare fondsen. De onlangs aangepaste schaal is goud, zilver, brons, neutraal en negatief.
De kwalitatieve beoordeling vindt plaats op basis van vijf p(ilaren)’s. Naast wederom performance gaat het ook om people, parent, process en price.
Combinatie
Deze kwalitatieve rating is natuurlijk subjectief, maar juist de combinatie van de twee ratings biedt veel informatie en maakt interessante analyses mogelijk. Zo hebben 611 fondsen in het universum van Morningstar vijf sterren. Hiervan hebben er tot nu toe 165 een kwalitatieve rating gekregen.
31 hiervan hebben een kwalitatieve rating goud. Maar opvallender is dat 30 fondsen een neutrale rating hebben. Van deze groep verwacht Moningstar dat de relatief goede performance in het verleden, niet kan worden verwacht in de toekomst. Als fondsbeheerder zou ik niet erg blij zijn met een dergelijk stempel.
ETF’s
Morningstar heeft haar universum een aantal jaren geleden uitgebreid met ETF’s, maar liefst 77 procent van de ETF’s heeft op basis van het historische rendement een rating van 3 sterren of hoger. Hieruit blijkt eens te meer dat voor veel markten geldt dat een passief beheerde ETF een betere keuze is dan een actief beheerd beleggingsfonds.
Helaas krijgen ETF’s geen kwalitatieve rating. Ik zou namelijk erg benieuwd zijn of alle ETF’s een neutrale rating krijgen of dat Morningstar ook voor de toekomst verwacht dat in de meeste markten een ETF het beter gaat doen dan gemiddeld.
Rogier Rake is partner van IBS Asset Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.