De Griekse tragedie is in volle gang. Het lukt de overheid maar niet om de begroting sluitend te krijgen. Na eerdere financiële ondersteuning moeten rijke euro-overheden wederom Griekenland te hulp schieten.
Ook Portugal en Ierland hebben nog steeds grote problemen. Spanje en Italië lijken voorzichtig aan de betere hand te zijn.
Griekse aandelen
Vorig jaar zijn Griekse aandelen flink afgestraft. De beurs van Athene daalde met 34 procent terwijl Europese beurzen gemiddeld stegen met 12 procent. Begin dit jaar zag het er even naar uit dat de Grieken uit de problemen waren.
Medio februari stond de beurs hierdoor 20 procent in de plus maar die winst is inmiddels helemaal verdampt.
Ook op de obligatiemarkt staat Griekenland vol in de schijnwerpers. De koers van een 10-jaars Griekse staatsobligatie staat net boven de 50 procent. Hierdoor is het rendement tot einde looptijd al opgelopen naar ruim 15 procent.
Junk status
Hieruit blijkt dat weinig beleggers het vertrouwen hebben dat Griekenland haar schulden voor de volle 100 procent gaat aflossen. Griekenland heeft inmiddels dan ook al een B-rating, oftewel junk status.
Mijn mening is dat in het aandelen- en alternatievengedeelte van een beleggingsportefeuille risico mag worden gelopen maar het obligatiegedeelte het defensieve anker moet zijn. Hierin horen op dit moment geen staatsobligaties van landen als Griekenland, Ierland en Portugal.
Visie
De meest eenvoudige manier om hiervoor te zorgen, lijkt het kopen van individuele obligaties. Maar naast administratieve ongemakken zoals het herbeleggen van couponnen en aflossingen, heb je ook een visie nodig.
De looptijd van de obligatie wordt bepaald op basis van de rentevisie. Daarnaast is een kredietvisie van belang bij de landenkeuze.
Zo is het rendement op een Nederlandse staatsobligatie hoger dan die van Duitse, maar levert een Italiaanse bondje nog meer op. De afweging tussen rendement en risico is hierbij doorslaggevend.
Beleggingsfonds
Een beleggingsfonds schiet een belegger als het ware ter hulp. De beheerder koopt op basis van zijn visie een verzameling obligaties aan.
De spreiding is goed en Griekenland ontbreekt veelal omdat de meeste fondsen een minimale rating van BBB hanteren. Ierland en Portugal kunnen hierdoor wel onderdeel uitmaken van de portefeuille.
Nadeel zijn de kosten. Deze bedragen gemiddeld circa 0,8 procent. In de huidige lage renteomgeving drukken deze erg zwaar op het rendement.
Tracker
Een goed alternatief zijn trackers met staatsobligaties. De kosten van deze trackers bedragen gemiddeld slechts 0,15 procent.
Wel is het van belang om goed te kijken naar de richtlijnen van de onderliggende index. Zo beleggen bepaalde trackers in alle Eurozone staatsobligaties, inclusief Griekenland en hanteren anderen een minimale rating van investment grade.
De echt risicomijdende belegger kiest voor een tracker met uitsluitend staatsobligaties van AAA-landen.
Rogier Rake is partner van IBS Asset Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.