Nu bijna een jaar geleden werd ik voorzitter van de Vereniging van Echt Onafhankelijke Vermogensadviseurs (VEOV).
Veel mensen feliciteerden mij met deze functie maar zetten ook een kritische noot bij het beperkte aantal leden.
De reden van de kleinschaligheid van de VEOV lag in het feit dat maar weinig partijen voldeden aan de strikte toelatingseisen van de vereniging.
Leden mogen namelijk alleen rechtstreeks verdienen aan hun cliënten middels een advies gedreven vergoeding.
Kickbacks
De meeste zelfstandige vermogensbeheerders verdienden echter naast de gebruikelijke beheerfee ook nog aan transacties en ontvingen distributievergoedingen (kickbacks) op beleggingsfondsen.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) tracht al jaren een einde te maken aan dit provisie gedreven verdienmodel. Sommige vermogensbeheerders gaven deze opbrengsten op en anderen staken hun kop in het zand. Een derde groep vroeg een brokervergunning aan om zodoende ook in de toekomst aan transacties te kunnen verdienen.
AFM
De AFM was ontevreden over de houding van de zelfstandige vermogensbeheerders. Allen ontvingen onlangs een brief met de visie van de AFM over de servicemodellen die depotbanken aanbieden. Zelfstandige vermogensbeheerders werden in vier modellen ingedeeld.
Model 1 is het klassieke model. De beheerder geeft orders door aan de broker/depotbank. Zijn cliënt betaalt hiervoor transactiekosten aan de broker. Vaak zonder dat de cliënt het weet, krijgt de beheerder een deel hiervan op zijn rekening overgemaakt.
Model 2 is hetzelfde als model 1, alleen is contractueel vastgelegd dat aan een transactie zowel de broker alsmede de beheerder geld verdienen. De cliënt is hiervan op de hoogte.
Bij model 3 betaalt de cliënt een transactievergoeding aan de broker. De beheerder verdient niets aan een transactie.
All-in fee
Bij model 4 betaalt de cliënt een all-in fee aan zijn beheerder. De zelfstandige vermogensbeheerder betaalt de depotbank voor het doen van transacties.
De AFM keurt model 1 en 2 af omdat er een perverse prikkel bestaat voor te veel of te dure transacties. Model 3 is het meest transparante model en geniet de voorkeur van de AFM.
In zijn opzet waarborgt model 4 ook dat de beheerder niet transactie gedreven opereert. Echter, een variant van model 4 is het brokermodel waarbij de beheerder zelf orders uitvoert en hieraan alsnog verdient.
Gewenste model
Maar liefst 70 procent van de zelfstandige beheerders blijkt inmiddels aan het gewenste model te voldoen. Het overige deel wordt nu min of meer gedwongen.
Binnenkort ontvangen de zelfstandige beheerders een tweede brief van de AFM. Deze bevat de visie van de AFM inzake de distributievergoedingen. Ook deze verdiensten zullen als onwenselijk worden betiteld.
De AFM zorgt door middel van deze brieven voor een hoop potentiële VEOV-leden. Zij dienen wel 18 maanden “schoon” te opereren om hun continuïteit, ook zonder al die verdiensten, te bewijzen.
Bovendien zijn dit niet de enige criteria die het belang van de cliënt waarborgen. Daarvoor is onder andere ook een deskundig beleggingsbeleid, een hoogwaardig risicomanagement en een transparante rapportage vereist.
Rogier Rake is partner van IBS Asset Management.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.