Onder de Ucits IV en de AIFM-richtlijnen zullen beheerders die beschikken over een Europees paspoort afgegeven in één EU lidstaat hun diensten in de overige lidstaten mogen aanbieden.
Dit biedt uiteraard volop kansen voor Nederlandse fondsbeheerders om vanuit Nederland hun diensten in de gehele unie aan te bieden. Aan zulke grensoverschrijdende fondsmanagement activiteiten zitten wel een aantal fiscale aspecten.
Zo is er de invloed op de fiscale positie van het fonds. De plaats waar het beheer van het fonds plaatsvindt, kan namelijk invloed hebben op de vraag onder het fiscaal regime van welke lidstaat het fonds valt.
Extra belastingheffing
Bijvoorbeeld wanneer een fonds dat zijn zetel in een andere lidstaat heeft, wordt beheerd door een in Nederland gevestigde beheerder, zou dit ertoe kunnen leiden dat het fonds – naast de vestiging in haar lidstaat van herkomst – tevens in Nederland is gevestigd. Dit kan mogelijk tot extra belastingheffing leiden.
Om dit te voorkomen heeft de Nederlandse wetgever in de implementatiewetgeving voor de Ucits IV-richtlijn een aanpassing in de Nederlandse fiscale regelgeving voorgesteld die ertoe strekt dat een ucits die in een andere lidstaat onder toezicht staat, niet als in Nederland gevestigd (en mogelijk als belastingplichtig) wordt aangemerkt, ongeacht of het fonds een in Nederland gevestigde beheerder heeft.
Aangezien een vergelijkbare problematiek speelt in andere lidstaten, zouden Nederlandse fondsen die met een niet Nederlandse beheerder willen werken, zich goed moeten laten adviseren over de in de lidstaat van vestiging van de beheerder op dit punt geldende regels.
Voor het beheer van beleggingsfondsen die onder de AIFM vallen zou een vergelijkbare regeling uitkomst kunnen bieden. Een duidelijke fiscale regeling op dit punt biedt Nederlandse fondsbeheerders competitive advantage.
BTW
Een ander relevant fiscaal aspect dat opkomt bij het uitbesteden van het beheer van beleggingsfondsen is de BTW. In principe geldt voor het beheer van beleggingsfondsen een BTW-vrijstelling.
Dat geldt ook bij het uitbesteden ervan; zij het dat wanneer onderdelen van de beheersdiensten separaat worden uitbesteed, daar niet altijd een BTW-vrijstelling voor geldt.
Fondsbeheerders zullen zich echter moeten realiseren dat de regels hieromtrent ook na de implementatie van de Ucits IV-richtlijn per lidstaat zullen blijven verschillen.
De reikwijdte van de vrijstelling is verschillend in de diverse lidstaten. Zo beperken sommige lidstaten de vrijstelling tot gereguleerde fondsen terwijl andere lidstaten de BTW-vrijstelling afhankelijk maken van het type fonds.
Verder moet men zich realiseren dat doorgaans de BTW-regels van de lidstaat waar het fonds is gevestigd van toepassing zijn op de beheersdiensten van een in een andere lidstaat gevestigde beheerder.
Jeroen Smits is senior associate bij Stibbe